KM_04_36

Aflevering 36 – 28 calistril 4714

We besluiten om Ameon Trask te verhoren. Lorelei neemt het voortouw als spymaster. Ze loopt op hem af en kijkt naar hem. Hij spuwt voor haar op de grond. We slepen hem naar een kamertje waar hij verhoord kan worden. Lorelei vraagt wat hij te vertellen heeft maar hij wil niets zeggen. Lorelei zegt dan tegen Erthran dat hij hem een dreun moet geven. Ameon blijft zwijgen. Dus moet Erthran hem nog een dreun geven. Maar het helpt niet, hij is vrij stevig gebouwd en hij blijft zwijgen. Zijn hand wordt aan de tafel vastgezet maar hij heeft overal lak aan. Hij geeft geen antwoord. Hij vraagt dan: “Moet ik nog dood of niet.” Lorelei antwoordt: “Dat kan geregeld worden.” Maar hij vertelt nog steeds niets. Lorelei vraagt dan aan Rincewind: “Wat moeten we nu doen.” Maar Rincewind weet het ook niet. Dan dragen wij hem over aan de lokale autoriteiten. We lopen de kamer uit waar we hem ondervraagd hebben en we komen Kisandra tegen. Ze heeft een eenvoudige boog in haar handen en een glimlach op haar gezicht en ze vraagt: “Hebben jullie nog wat uit hem kunnen krijgen.” We moeten dit ontkennen. Ze vervolgt: “Ik kan jullie niet helpen, ik kan niet terug die kant op dan wordt ik opgepakt. Maar als jullie baron Drelev uit zijn fort kunnen gooien zal de bevolking tevreden zijn. Het zal in zijn fort nog wel vrij druk kunnen zijn met mannen die achter hem staan. Ik heb nog wel van die grote wezens gezien, groter dan Trolls.” Lorelei roept dan: “Giants.” Ze zegt: “Dat zou wel kunnen.” Ze geeft ons een ring, een jaden ring. “De stad is een havenstad aan lake Hooktongue. Er is een kroeg daar met bedden, die niet gebruikt worden om te slapen. En de eigenaresse, Satinder Morne, als jullie haar de ring laten zien weet ze dat jullie kennissen zijn van mij en mijn vader. En dus geen vrienden zijn van baron Drelev en zijn mannen. Dus daar kunnen we jullie veilige plek vinden. De stad is al maanden onder invloed van de baron. Ik weet niet wat baron Drelev precies voor mens is, of hij nou echt slecht is, maar hij wil zich bewijzen.” We besluiten om de volgende dag op weg te gaan. We besluiten nog een bericht naar Ellorica te sturen om Kesten te waarschuwen om het leger gereed te maken en uit te breiden voor het geval dat. En we sturen een verslag van wat er hier gebeurd is. En we praten nog wat met Kisandra. Ze weet niet hoe we er moeten komen. Maar Lorelei ziet er geen probleem in. Kisandra geeft nog een beschrijving van fort Drelev mee. Het is niet veel groter dan Tatzlford. Veel huizen staan er niet, meer krotten.

Als we de volgende dag bij het ontbijt zitten pikken we het een en ander op. We bekijken de posters hierover. Een Saber-teethed Tiger genaamd Speartooth heeft de heuvels bij het moeras onveilig gemaakt. Hij heeft meer als 100 mensen opgegeten. Men wil het beest dood hebben. Als we zijn tanden kunnen inleveren krijgen we 8.000 gp.
Ook wordt er door een lokale alchemist gezocht naar Slug spuug. De enigszins gevaarlijke en excentrieke alchemist Chesk Umberweed heeft aan een groep Dwergen een zuur beloofd om metaal te bewerken en daarvoor heeft hij deze spuug nodig. Als beloning geeft hij een dozijn potions naar keuze.

We gaan op pad en volgen de sporen van waar het aanvalsleger vandaan is gekomen. We volgen de rivier naar het noorden en al vrij snel naar het westen. Na twee dagen lopen komen we op de grens van de Greenbelt en the Slough. Met moeite weet Lorelei nog wat sporen te vinden, Misschien zijn er nog meer Trolls in de buurt? Maar dan ziet ze alsnog dat de sporen naar het zuiden afbuigen. En weer twee dagen verder lopen de sporen nog steeds naar het zuiden, door moerasgebied. Dit gebied heet the Hooktongue Slough. Het is vernoemd naar de moerassen die hier veelvuldig aanwezig zijn. We moeten richting lake Hooktongue. Er zou in dit meer een mytisch wezen in zitten. We staan nu aan de rand van de moerassen. En ondertussen zijn de sporen door de moerasgrond uitgewist. We besluiten om naar het westen te trekken. Catori vliegt door de lucht, maar de laaghangende mist boven het moeras beperkt het zicht. We zijn niet eens een dag onderweg en we ruiken iets heel zurigs. Een soort azijngeur. Het is wel vreemd dat we het hier ruiken. Catori vliegt weer omhoog en gaat kijken. Ze ziet een boomstronk van een omgewaaide boom. Er hangen bloemen aan die ze nog nooit gezien heeft. Ze haalt ons op en vraagt aan Rincewind wat dat voor bloemen zijn. Hij kijkt er eens naar maar hij weet het niet. Catori kijkt nog eens naar en kijkt eens om en ze ziet dat er ook zo’n bloem bij Lorelei zit. Die bloem ontploft ineens. De bloem gooit allemaal stekelige zaden naar Lorelei. Er worden nog meer bloemen actief op de boom. We worden aangevallen door de bloemen. Rincewind besluit er een spreuk op los te laten. Waar de Cloudkill wolk van Rincewind gaat maken de bloemen geen kans en sterven ze snel. Catori weet er een de lucht in te zuigen en laat hem vallen. Erthran slaat er een aan flinters en wordt besproeid met vieze bruine drek. En uiteindelijk maakt de Cloudkill wolk van Rincewind de laatste af. Het zijn vleesetende Calathgar. Het is een zurige plant die normaal gesproken in koudere omgeving groeit. Maar of er iets nuttig van is, Catori kijkt eens, er moet toch iets van cold protection uit te halen zijn. Maar precies weet ze het niet, maar ze schraapt wat zaad bijeen. De plantjes kunnen niet tegen vuur en als ze dood gaan komt er een bruine schimmel vanaf.

We gaan weer verder naar het westen. Catori verkent vanuit de lucht de randen van het meer. We trekken door naar het meer. Het sterft hier van de Dragonflies. Maar voor we bij het meer komen horen we een geluid. Het is een zwaarder gebrom en er komt een grote groep Giant Dragonflies aan. Maar ook dit gevecht weten we in ons voordeel te beslechten. Rincewind heeft wel eens gehoord van Jhod dat een van zijn maten wat met Dragonflies doet. Hij haalt een poster tevoorschijn die hij gekregen heeft. Een rondreizende cleric van Erastil, Borzaki, zoekt voor het maken van een speciale Dragonfly cloak de vleugels van Dragonflies. Hij heeft zes paar vleugels nodig. Dus we halen alle vleugels van de beestjes af. We trekken verder door het moeras. En we komen bij het meer uit. We besluiten om hier ons kamp op te slaan.