KM_03_24

Aflevering 24 – 18 sarenith 4712

We besluiten om verder te reizen en op zoek te gaan naar nog een paar Manticores, we gaan naar het gebied waar we op de kaart markeringen van rode strepen hebben gezien. zitten. Na een dag reizen komen we er aan. We doorzoeken het gebied gedurende de volgende dag. Het is allemaal open land. Als we in de buurt komen van de op de kaart gemarkeerde plek zien we dat er geulen in de grond zitten, deze lijken niet zo zeer door klauwen gemaakt. Het zijn geulen van een halve meter breed en een paar meter lang, tussen de geulen zitten heuvels. Ze lopen in een vrij rechte lijn en Lorelei kijkt eens in het rond en ze ziet dat er soms grote gaten in de grond zitten. De gaten zijn ongeveer een meter a anderhalve meter diep. Rincewind voelt aan dat dit niet natuurlijk is. Hij denkt eens door: “Zou dit geen Magical Beast kunnen zijn? Een Bulette?” Het zijn beesten die onder de grond graven, waardoor er heuvels kunnen ontstaan. Ze kunnen ook goed springen. Lorelei speurt de omgeving af en ook Catori kijkt eens om zich heen, dan voelen ze de grond trillen. Er komt waarschijnlijk een Bulette aan. Het gerommel komt steeds dichterbij. Lorelei wijst waar hij vandaan moet komen. En een paar tellen later komt er een Bulette uit de grond vandaan en valt Kyrmanath aan. Dat is niet zo’n succes dus Cheveyo is de volgende die aangevallen wordt. De Bullete gaat helemaal los en Cheveyo gaat neer. Lorelei is als volgende aan de beurt en gaat ook na een paar klappen neer. De familiar van Rincewind weet met een van zijn spreuken de Bulette te bedaren. Kyrmanath brengt Lorelei en Cheveyo weer bij. De Bulette gaat op de vlucht, hij duikt de grond in. Kyrmanath kijkt nog even in het gat of ze hem nog ziet maar de grond stort al vrij snel achter het beest in. Ze geneest Lorelei van haar verwondingen.

Rincewind graaft nog eens in zijn geheugen over wat hij weet van Manticores. Hij weet dat het Magical Beasts zijn en dat ze op graslanden leven. Zij komen vrij standaard voor in de omgeving. Ze leven in kleine families. Aangezien we toch ook weer terug naar Ellorica moeten besluiten we om door het volgend gebied naar Varnholt te reizen. We reizen een dag en zijn een dag bezig om het gebied in kaart te brengen. En een dag later komen we in Varnholt aan. En dan gaan we op weg naar Nivakta’s Crossing dat is ook weer een dag reizen. We gaan naar de kleermaker en leveren de Spider silk in. Het vrouwtje zegt verbaasd: “Jullie zijn wel teruggekomen uit Varnholt.” We vertellen dat we Spriggans en een Chuul gezien hebben. Maar we denken dat die toch niet achter de verdwijning van de bevolking van Varnholt zitten. Ze vertelt: “Spriggans hebben we wel vaker gezien.” We krijgen een Cloak of Protection van Chamaie, de kleermaakster. Rincewind vraagt of ze voor hem een  zwaardere cloak of protection kan maken, maar die capaciteiten beheerst ze niet. Ze zegt: “Als je zo’n cloak wil hebben moet je echt naar Restov gaan.” De cloak gaat naar Catori en we verdelen de pot, iedereen krijgt 3.000 gp.

Rincewind wil per sé een nieuwe cloak, dus reizen we eerst door naar Restov. Met een dag komen we in Restov aan. Het is een vrij grote, en voor ons onbekende stad. We weten een magic shop te vinden en er wordt het een en ander aangeschaft. En na een verblijf van een dag in deze stad gaan we terug naar Ellorica. We passeren Nivakta’s Crossing weer en gaan meteen door naar Ellorica, een reis van drie dagen. Lorelei gaat meteen bij Hooty kijken. Hij is groter geworden maar hij vindt Lorelei toch wel vreemd zo na een paar weken. Ze geeft hem wat vlees en haalt hem aan en langzaam trekt hij weer bij. Dan gaat ze bij de brouwerij kijken, er zijn wat problemen in het brouwproces ontstaan en de hele nieuwe voorraad is van slechte kwaliteit. Ze moet er geld op toe leggen. Ze is nu echt furieus. Lorelei gaat nu zelf maar weer aan de gang. Rincewind gaat kijken hoe het bij de Rince gaat. Gelukkig voor hem loopt de Rince wel goed. Oleg vertelt dat er een handelaar in de Rince was: “Ik heb er goed gesprek met die handelaar gehad. Hij is inmiddels weer weg maar hij heeft de Shrine bekeken. En ik heb wat investeringen gedaan en hij wil nu een handelsroute opzetten.” Rincewind moppert wat over de investeringen maar de shrine, Jhod’s Holy Wand, heeft nu plaats voor een extra item. Oleg is trots op zichzelf dat hij dit zo goed geregeld heeft. Kyrmanath krijgt te horen dat er ruimte is voor een restaurant in de stad en ze krijgt een optie om ook werkelijk een restaurant te beginnen. De herbshop van Catori loopt ook goed. Ze doet nog wat navraag naar Emraely Emfaun uit Tatlzfort over de oorbellen, maar Emraely heeft er nog geen tijd voor gehad om het uit te zoeken. Ze vond Hooty toch wel een interessanter onderwerp. We zoeken Svetlana op en ze vertelt over haar handelsmissie. “Ik heb met de Swordlords gesproken. Ik vond dat toch wel eng want ik ben toch maar gewoon Svetlana. Ik wist niet precies wat ik moest bespreken maar het gesprek verliep vrij goed. De Swordlords zijn tevreden. Ze willen wel naar Ellorica komen om eens te kijken, en jullie zijn ook welkom in Restov. De Swordlords hebben als blijk van waardering wat extra fondsen gegeven, maar ze dachten dat het land sneller zou groeien. De stad moet wat sneller uitgebreid worden.” Kyrmanath vraagt aan Svetlana of ze er problemen mee heeft dat ze haar functie in het stadsbestuur kwijt is aan Kyrmanath. Maar Svetlana vindt het prima. Kyrmanath biedt Svetlana een baan aan als ze haar restaurant heeft. Dat kan Svetlana wel waarderen.

We gaan ons weer eens bezig houden met het bestuur van de stad. We besluiten nu om een restaurant te bouwen en wat huizen erbij. Verder is het rustig in de stad, er zijn weinig problemen, de bevolking is tevreden. Lorelei gaat de stad in om haar oor eens te luisteren te leggen. Ze geeft hier en daar wat geld weg voor wat informatie en hoort dat er weinig aan de hand is. Kyrmanath gaat de arena in om te kijken hoe het hier loopt. Ze heeft tenslotte vanuit haar verleden veel tijd in een arena doorgebracht. Er zijn wat simpele vuistgevechten gehouden tussen Humans onderling, wat gevechten tussen Humans en dieren, en ook wat magiërs hebben elkaar bestreden. Ze loopt wat rond en kijkt om zich heen. Ze loopt iemand tegen het lijf, een vrij potige kerel en hij wil wel met haar vechten. Kyrmanath ziet het wel zitten, een simpel vuistgevecht. Ze kleedt zich om in de kleedruimte en vervangt haar armor voor een simpel leather armor en ontdoet zich van al haar magische bescherming. Het gevecht is kort, de man is wel vrij stevig, maar Kymanath is sterker en wint. “Ik ben ook de sterkste, hi hi, wie moet mij nu verslaan?” denkt ze.

We hopen dat Jhod gauw terugkomt uit New Stetven, dan kan hij ons ook bijpraten. Het masterwork armor, dat we gevonden hebben in het fort bij Varnholt geven we aan Targ. Hij is er erg blij mee. De eerste week in Ellorica gaat zo vrij gemoedelijk voorbij.

We willen naar Restov gaan om met de Swordlords te praten willen wat meenemen voor de Swordlords. We vragen aan Svetlana wat we voor ze mee zouden kunnen nemen als geschenk. Maar Svetlana zegt dat ze dat lastig vindt, ze weet het niet echt. Rincewind vraagt nog eens of ze wat gezien heeft in de kamers wat er zoal hangt. Ze beschrijft wandkleden met strijdtaferelen. Maar het blijft lastig. We overwegen om een wandkleed te laten maken van de stichting van Ellorica. Catori stelt voor om naar Tiressia, de Dryad, te gaan, Ze is goed in het maken van mooie houten voorwerpen. Een houtsnijwerk dat de stichting van Ellorica uitbeeld zou een exclusieve gift kunnen zijn. Dryad houtwerk is altijd erg bijzonder en zeldzaam. Uiteindelijk vindt Rincewind een houtsnijwerk ook wel wat hebben en hij wil graag mee om te onderhandelen. Ze gaan op weg naar de Dryad om te vragen of ze dat kan maken. Tiressia wil het wel maken als we werk maken van het behoud van het bos. Ze woont vlakbij Tatzlfort en we bieden haar aan een stuk bos onderdeel te maken van Ellorica en te beschermen tegen houtkap, waarmee ze akkoord gaat. Ze zegt dat er laatst een boom getroffen is Rincewind vraagt hoelang het duurt en ze heeft het over een jaar. Maar Rincewind wil het in een maand. Hierop krijgt hij geen duidelijk antwoord. Rincewind biedt aan het bos bij haar in de buurt op te knappen en er een heel mooi bos van te maken. Hier mag dan ook niet gekapt worden. Dat vindt ze wel een goed idee. Ze biedt aan om een gigantische gravure maken in vier weken tijd. Ondertussen zijn we weer een week verder.

We besluiten om de komende maand in Ellorica te blijven daar de stad ook onze aandacht nodig heeft. De volgende vergadering van het stadsbestuur verloopt ook weer zoals gewenst, het is nog steeds rustig in de stad. We besluiten om een jail en een theater te bouwen.

Dan horen we verontrustende berichten van een van de landerijen dat er beesten uit het bos komen, die de schapen opeet en er zijn ook diverse boeren verdwenen. Het is in de buurt van de Nomen Heights. We komen na twee dagen reizen bij een boerderijtje aan en spreken een knecht aan. Hij wijst naar de volgende boerderij, daar zijn de mensen versteend. De knecht zegt: “Ik heb tegen iedereen vertelt dat ze er niet heen moeten gaan, het is gevaarlijk daar.” We gaan voorzichtig naar de boerderij. Lorelei ziet wat vleugels bewegen door het raam en ze ziet een slangachtig wezen. Het zou een Cockatrice kunnen zijn, hij is echter wel groot, en het zijn er meerdere. Rincewind vertelt: “Cockatrices kunnen Humans in steen laten veranderen. De bijt van het beest verlamd je en daarna verstenig je.” We horen wat lawaai van binnen. Er komt een Cockatrice een naar voren en die probeert de deur in te beuken. Maar dat lukt hem niet meteen. Wij bereiden ons voor met spreuken en dan wordt de deur open gebeukt. Een tweede stormt meteen naar buiten en het gevecht begint. Het gevecht is kort en de Cockatrices worden afgemaakt. Kyrmanath snijdt wat vlees van de Cockatrices  af. We kijken eens of we wat voor de versteende boeren kunnen doen. We besluiten om een bericht naar Jhod te sturen. Rincewind informeert eens bij de knecht over deze beesten maar de knecht zegt dat ze hier gelukkig niet vaak gezien worden. Wel Wolves en andere roofdieren, maar deze vreemde dieren niet.