KM_02_11

Aflevering 11 – 7 rova 4711

We besluiten om te gaan slapen, het was tenslotte een lange dag met een zwaar gevecht op het eind.

De volgende ochtend staan we weer redelijk fris op. We lopen een rondje door de stad en de bevolking laat blijken dat ze tevreden met ons zijn, zoals wij het probleem met de weerwolf hebben aangepakt. We horen hier en daar nog wat geruchten.

Er gaat een verhaal rond over de oude ruïne van de Elfen in het zuid westen. Sommige mensen zeggen dat er vele schatten liggen, maar er zijn mensen die zeggen dat het er spookt. Rincewind vraagt zich af waar zo’n gerucht vandaan komt. Een deel van die verhalen komt bij de Gnomes vandaan. Of het waar is, we weten het niet, maar het is wel een aangedikte versie van wat we er zelf van hun gehoord hebben. En we horen nog wat verhalen van jagers die verder in het zuiden zijn geweest. Er zijn twee jagers die daar wat Trolls hebben zien lopen. Catori wil nog langs het graf van de barbaar om uit te zoeken wat er ligt. Dan bedenken we dat dit misschien iets is voor de soldaten van Kesten om er op af te gaan. Dus we gaan even langs Kesten. We overleggen met hem en hij belooft ons om een groepje, onder leiding van een luitenant, langs te sturen. We vertellen waar het graf zich bevindt en zeggen dat we graag willen weten wat er in het graf ligt. Maar als er gevaar dreigt moeten ze wegwezen. Hij belooft ons om het in gang te zetten. Dan zegt hij dat hij nog een poster heeft gekregen van een jager. Er staat een verschrikkelijk beest op. Het beest zit ten zuiden van het hol van de Tatzlwyrm. Het is een Forest Drake en de jagers vinden het vervelend, het beest vreet hun buit op, en ze hebben verzocht om dit probleem op te lossen. De beloning is 1.500 gp. Catori wil nog even met Loy en Latricia Rezbin praten om te vragen of zij hun dorp niet willen stichten bij de tempel van Erastil. Latricia is niet aanwezig maar Loy hoort het verhaal eens aan. Hij snapt het idee, maar hij wil wat met Tatzl, dat spreekt hem meer aan. En hij zegt er zit een rivier en daar wil hij wat mee. Hij luistert aandachtig naar wat Catori vertelt, maar hij wil toch liever op zijn uitgekozen plek. Maar hij wil wel helpen om eventueel een dorp bij de tempel te stichten.

We besluiten om ons weer eens met de opbouw van de stad bezig te houden. We claimen weer wat grond voor een boerderij en die moet er natuurlijk ook bij komen. We laten dan ook een weg aanleggen. En verder besluiten we nog wat te sparen om later wat nieuwe gebouwen neer te kunnen zetten. Er komen wat Kobolds de stad in van de Sootscale stam. Ze zijn in de leer bij een smid in Ellorica. Ze weten wat vreugde in de stad te brengen, en dit levert ook weer wat extra welvaart op.

Lorelei gaat bij haar brouwerij langs en ze heeft weer wat verdiend, het valt wel wat tegen naar haar zin. De verdiensten van Rincewind met zijn Rince gaan wel voor de wind. Elgan heeft wat in de wildernis gezworven om mensen begeleid en heeft ook een kleine verdienste gehad. Catori brengt haar tijd weer door in haar zweet tent.

Rincewind wil graag het fort van de Elfen bezoeken, hij probeert nog wat informatie te krijgen over Ghosts en gaat bij Jhod langs. Jhod weet het een en ander te vertellen: “Het zijn ondode wezens. Ze zijn niet vriendelijk en ze hebben geen lichaam. Ze zijn alleen met magische wapens te bestrijden.” Lorelei vraagt of hij nog pijlen daar tegen heeft. Haar magische boog is genoeg. En ook vertelt hij welke spreuken geschikt zijn. We bedanken Jhod voor zijn informatie. We doen nog wat inkopen en bestellingen.

En na een week gaan we weer op verkenning. We besluiten om eerst richting het Elfenfort te gaan. We zijn met drie dagen bij het eerste gebied wat we nog niet verkend hebben, we reizen wat sneller door een spreuk van Catori. We komen bij de Skunk River. Het is hier weer bosgebied, de Skunk River buigt hier naar het noordwesten. Het duurt twee dagen om het bos te doorzoeken. We komen bij een stuk van de rivier met een scherpe bocht, we zien een klein vijvertje, er zijn wat bomen geveld. Er staan negen personen om het vijvertje heen, waarvan er twee met hun armen over elkaar staan en een persoon staat tegen hen te schreeuwen. We zien een kleine bobbeling in het water, een soort hoofd. Er lijkt wel iemand in het water te liggen. Rincewind zegt dan: “We gaan er op af.” De man die aan het schreeuwen is ziet ons en roept: “Ja jullie komen als geroepen. We zijn hout aan het hakken en die rot Fey valt mijn mannen lastig. Ze doen nu helemaal niets mee. Zo kan ik toch geen geld verdienen.” We kijken eens goed en zien dat de mannen stoïcijns vooruit kijken. Dan roepen we naar de Fey in het water wat er aan de hand is. Ze zegt: “Die houthakkers willen de bomen omhakken. Die bomen staan hier al zo lang ik hier ben. Dat kan toch niet. Ze willen niet luisteren en dus bescherm ik de bomen en houd die mannen tegen.” Dan vraagt Rincewind wat de houthakkers willen. De man, Corax, vertelt: “We zijn vanuit Ellorica vertrokken en hebben hier mooie bomen gevonden. Maar die Fey wil niet dat we ze omhakken.” We bedenken ons dat er iets verderop naar het noorden ook mooie bomen staan en vertellen dat aan Corax. “Dat is allemaal mooi maar die rot Fey moet mijn mannen laten gaan. Ze verroeren zich nu helemaal niet,” zegt hij. De Fey zegt: “Ik ben Melianse, een Nixie en van mij mogen ze gaan, maar dan moeten eerst de omgehakte bomen vervangen worden door nieuwe. Hier vlak naar het westen woont een Dryad, Tiressia. Ze heeft zaden waarmee nieuwe bomen neergezet kunnen worden. Ik moet bij het meer blijven, dus ik kan niet naar haar toe.” Rincewind zegt dan: “Wij gaan dit regelen.” We spreken af met Corax dat hij weg gaat met zijn mannen zo gauw we de bomen vervangen hebben. We besluiten om de Dryad Tiressia een bezoekje te brengen. Melianse vertelt nog: “Ze komt meestal niet ver buiten haar boom maar af en toe komt ze hier naar het meer toe. Ze zal wel om een gunst vragen.”

We gaan op weg naar Tiressia. We zijn ondertussen weer een dag onderweg. Rincewind weet wat te vertellen over Dryads, het zijn bosnimfen, ze wonen vaak in een boom. Ze zijn erg schuchter en niet kwaadaardig. We onderzoeken meteen ook het gebied waar we doorheen lopen. We zijn ondertussen weer een dag bezig als Lorelei op een takje trapt en dan in het struikgewas wat gesis hoort. Ze sluipt wat dichterbij naar het struikgewas, en ze stapt nogmaals op een takje. Dn komt er een slangenkop uit het struikgewas. Het blijkt een Hydra te zijn. We vallen meteen aan. Al heel snel gaat Beowulf neer, het is toch geen beest wat geschikt is voor de aanval. Maar even later weet Cheveyo de Hydra af te maken. Catori brengt Beowulf weer bij. In het struikgewas vinden we het hol van de Hydra en daar ligt een hoop troep in. Rincewind ziet wat liggen tussen de troep. Hij weet met zijn magehand het voorwerp te pakken. Het is een goudkleurige ring met een blauw steentje. Het blijkt een ring of swimming te zijn.

We gaan verder en na nog een dag reizen zien we een open plek in het bos met een vijver en hele mooie eikenboom. Hier moet de Dryad Tiressia wonen. Lorelei roept: “Vrouwe Tiressia, we willen je spreken.” Uit de eikenboom klinkt een stem: “Oh vreemdelingen, kom, kom.” Er komt een vrouw uit de boom met een bladerkrans in haar haar. Ze roept: “Komen jullie mij helpen. Er is hier een Scythe Tree gekomen. Die eet al mijn bomen op. We zijn bang dat hij hier alles vernietigd. Ook mijn vriend is erg bang.” Er komt nu een Satyr uit de boom. Tiressia zegt: “Die Scythe Tree is al weken door het bos gegaan en verslindt alles. Ik ben bang dat hij ook bij mijn boom komt en mij verslindt. Het is een soort intelligente plant hij is groot en hij kan lopen.” Rincewind stelt voor dat als wij haar helpen met de boom dat zij dan Melianse helpt met nieuwe bomen. Ze zegt: “Natuurlijk help ik mijn vriendin Melianse.” Ze wil alvast twee tree feather tokens geven als goodwill maar Rincewind zegt dat we eerst de Scythe Tree gaan verslaan. Ze vindt het geweldig en vertelt dat hij in het zuidoosten zit, langs de rivier.

We gaan op weg naar het zuidoosten. We zijn weer een dag aan het reizen en dan komen we in het volgende gebied. We doorzoeken het gebied en komen bij de Murque river. En na twee dagen hebben we dit bosgebied ook weer doorzocht. We komen bij een open plek We ruiken de zoete geur van verrotting. De bomen die hier nog staan zijn grijzig, verrot. Het is verwoeste natuur, duister. Er hangt een mist hier op de grond ligt plantaardig afval. En ook botten van dieren liggen op de grond. We lopen de open plek op en kijken goed om ons heen. En als Catori dan een kant op loopt ziet ze uit het niets een monsterlijke plant verschijnen. Er komen drie takken uit en hij heeft een bek vol met scherpe tanden. We vallen aan en al vrij snel gaat Catori neer. Rincewind gooit een potion bij Catori naar binnen. Cheveyo wordt flink geraakt en slaat zwaar gewond op de vlucht, maar uiteindelijk weet Rincewind de plant, de Scythe Tree, af te maken. Het bos ziet er nog ellendig uit maar dat komt wel weer goed in de loop der tijd. We besluiten om een deel af te hakken en verbranden de rest. We kijken nog wat door de rotzooi en Rincewind vindt wat magisch. Hij pakt het met zijn macehand. Hij vindt een stuk kleding met wat barnsteen en wat gp’s. Het stuk kleding is magisch. De barnsteen is 400 gp waard. Het stuk kleding is een cloak of the scuttling rat.

We gaan terug naar Tiressia. Met een dag zijn we bij haar terug. Ze stapt meteen de boom uit: “De bomen en de bladeren hebben het vertelt jullie hebben hem verslagen.” Lorelei laat het stuk zien dat we hebben afgesneden. Ze roept: “Haal weg dat vuige beest. Ik wil het hier niet zien. Oh, Jullie zijn echt de beschermers van het bos.” Ze geeft ons vijf tree feather tokens en zegt: “Ik kan jullie niet daar alleen mee weg laten gaan. Hier heb ik nog een wand of cure light wounds en ik heb ook nog twee scrolls.” Ze worden door Catori aangepakt. “Als je in het bos ben en je hebt hulp nodig roep dan deze beesten op.” Ze doet haar oorbellen af en geeft die aan Catori: “Ik weet niet waarom maar ik geef ze aan jou. Ik heb het idee dat ik je al eerder heb gezien.” Het zijn houten oorbellen. Catori doet ze meteen in.

Ze zegt nog: “Jullie zijn een vriendin aan het helpen en zonder te vragen helpen jullie mij ook. Ik wil wat voor jullie terug doen. Ik laat dit deel van de Narlmarches in de gaten houden en als er wat gebeurd wat ik niet aan kan zullen jullie gewaarschuwd worden.” Catori vertelt nog dat er hier 50 mijl vandaan een Unicorn is gedood door duistere magie. Ze schrikt hiervan en zal met de bomen en blaadjes gaan praten om uit te zoeken wat er gebeurd is. Ze gaat er onderzoek naar doen.

We besluiten om naar Melianse te gaan. We reizen weer een dag. We komen weer bij de vijver. De houthakkers zitten op de grond. Melianse zegt tegen de houthakkers: “Zie je wel ik heb toch gezegd dat ze terug kwamen.” We gooien de tree feathers tokens op de plek waar de omgehakte bomen stonden en er schieten vijf bomen omhoog. Corax staat echt met grote ogen te kijken en hij gelooft nu ook wel dat wij een plek kunnen aanwijzen waar goede bomen staan. Melianse zegt nog: “Kijk eerst of daar ook Fey zitten, laat dan de bomen staan.”

We lopen nu richting het fort, we zwerven weer twee dagen door het bos, en hebben nog twee dagen nodig om het gebied in kaart te brengen. We zien dan dat de rivier ophoudt in de buurt van het fort. Het is een groot, imposant fort. Zeker het bezoeken waard.