KM_02_10

Aflevering 10 – 3 arodus 4711

Catori onderzoekt Lorelei op haar kwaal die ze opliep door de aanraking van de Wight, het is geen blijvende kwaal, het gaat wel weg maar ze moet zich er zelf toe zetten om dit te herstellen. Dus ditzelfde geldt ook voor Elgan die ook door de Wight is aangeraakt. Catori weet Lorelei te genezen met een spreuk. We verlaten de tombe en gaan weer op weg. We zijn een dag onderweg om weer een gebied verder te komen. We komen weer in een grasgebied, en we onderzoeken dit gebied, hier zijn we weer twee dagen mee bezig. Catori heeft ondertussen ook Elgan genezen, hij voelt zich weer beter. Het gebied waarin we zitten is vrij vlak. Catori ziet op een gegeven moment sporen van grote Wolves, misschien zelfs Dire Wolves. We besluiten om door te gaan en de Wolves te laten voor wat ze zijn. Maar na een half uur lopen zien we meer sporen van Wolves, ze lopen evenwel in tegenovergestelde richting. Het lijkt wel een horde bij elkaar. We lopen toch maar weer door en gaan op weg naar het volgende gebied. Na een dag reizen komen we er aan. Ook nu neemt het twee dagen in beslag om het gebied, ook weer grasland, te verkennen. Er loopt een rivier van oost naar west. De rivier heet de Gudrin river. We reizen weer een dag naar het westen. Het gebied verandert nog niet van terrein, het is nog steeds grasland. De rivier loopt ook door dit gebied, en na twee dagen hebben we dit gebied ook weer gezien. We zien een plek in de rivier die makkelijk oversteekbaar is. We gaan weer verder naar het westen, ondertussen is er weer een dag voorbij. We volgen de rivier en we zien dat de rivier uit komt in het meer, welk helemaal tot aan het fort ligt. Het meer heet het Tuskwater. Catori verandert in een Eagle en onderzoekt een deel van het meer maar ze vindt geen eilanden, ze vangt wel een vis voor het avondeten. En we zijn weer twee dagen bezig.

We zakken een dag af naar het zuidwesten. Het meer loopt nog steeds door maar het is maar een klein stukje, we kunnen hier de rand van het Tuskwater zien. Het gebied bestaat wederom uit grasland, we zijn weer twee dagen aan het onderzoeken. We ruiken hier wat, het ruikt nogal vreemd, zwavelig. Lorelei ontdekt dat we nog even door moeten lopen dan komen we bij de bron van de stank. We zien een met mos begroeide steen. En daarachter zit wat modderig, borrelend water. Lorelei vindt geen sporen in de buurt. Als we naast de steen staan zien we dat het een kleine modderpoel is, het is er wel warm. Er groeien hier paddenstoelen, het lijken exotische paddenstoelen. Catori en Lorelei willen ze gaan plukken. Elgan steekt zijn helpende mage hand toe om aan een paddenstoel te trekken. Maar dan beweegt de steen en de paddenstoelen trekken te samen en het lijkt een gigantische plant te worden. Er komen allemaal lianen uit de bek van de plant. Beowulf is inmiddels gegrepen door een liaan. En even later verdwijnt Beowulf in de bek van de plant. Lorelei roept naar Elgan om haar Beowulf te redden. Maar dan weet de plant ook Elgan in zijn bek te pakken. Elgan slaat met een gerichte klap Beowulf los, met als resultaat dat Elgan nu opgeslokt wordt in de plant en hij raakt verlamd. Gelukkig voor Elgan weet de opgeroepen Earth Elemental van Rincewind de plant af te maken. Elgan blijft nog een tijdje bewusteloos. De plant was een Tendriculos. Elgan en Beowulf worden weer opgelapt door Catori. We zien dat er onder de plant een kleine nis zit vol met grote zwarte paddenstoelen. Catori weet dat dit Black Rattlecaps zijn. Er zijn er een aantal die vermorzeld zijn tijdens het gevecht, maar er zijn ook nog een paar die heel gebleven zijn. We weten elf Black Rattlecaps te plukken.

We gaan verder en na een dag reizen komen we in het gebied naar het westen. We zien weer een meer, het Candlemere. Het is verbonden met een klein riviertje naar het Tuskwater. Het meer mondt uit in een rivier naar het westen, en naar het zuiden. In het midden van het meer zit een eiland met een toren er op. Dit is Candlemere tower, volgens de legenden zou het hier spoken en is het hier gevaarlijk. Er heeft een cult in deze toren gezeten, maar die is inmiddels verdwenen. Om de toren heen zitten veel struiken en bossages. Rincewind wil graag naar het eiland, maar we zien geen boot, en met Rincewind’s angst voor water is zwemmen zo wie zo geen optie. We zijn twee dagen bezig in dit gebied en we zien geen mogelijkheid om bij het eiland te komen. We besluiten om de rivier over te steken. Catori weet een touw over te vliegen, en daarmee komen we aan de overkant. We gaan naar het noorden en onderzoeken het gebied aan de westkant van het Tuskwater. Het is weer grasland en het bos begint in het noordwesten. We zijn inmiddels drie dagen verder. Als we aan het rondzwerven zijn, zien we een oude schuur staan, met een hek er om heen. Er komt wat blauwgrijze rook uit de schoorsteen. Op het hek zien we allemaal veren en beenderen van dieren. Volgens Rincewind heeft het geen religieuze waarde. Er staat een vogelverschrikker in het tuintje. We willen aankloppen bij de deur, maar Lorelei besluit om eerst maar te roepen: “Volluk!” We horen iemand schreeuwen: “Wat moet dat?” We zien een verweerd gezicht voor een raam, het lijkt een vrouwspersoon. Rincewind kijkt eens en denkt dat dit een herbalist, witch of shaman moet zijn. Rincewind roept: “We kunnen misschien wat te ruilen, we hebben paddenstoelen.” Dan horen we: “Oh paddenstoelen. Daar ben ik naar op zoek.” Rincewind probeert nog een extra verhaaltje op te dissen. En dan roept het vrouwtje: “Hé Rattlecaps, die heb ik nodig. Kom binnen.” We lopen naar de deur en zien dat de kop van de vogelverschrikker onze richting opdraait. Het vrouwtje zegt: “Mooie Rattlecaps, daar kan ik lekkere thee van maken.” Ze vertelt verder: “De mensen vinden me maar vreemd. Ze noemen me zelfs een witch.” Dan vraagt Rincewind naar de kruiden, die her en der in het schuurtje hangen. Ze vertelt: “Zo af en toe vind ik wel eens wat. Maar ik doe er niet veel mee. Hoe komen jullie aan die Rattlecaps?” Rincewind vertelt over het gevecht met de Tendriculos en waar we ze gevonden hebben. Ze wil graag de Rattlecaps hebben. Lorelei vraagt wat ze zoal maakt. Ze vertelt: “Ik maak niet zoveel hoor ik ben geen druïde of witch, oorspronkelijk ben ik een sorcerer. Ik kan wel in een beest veranderen, net als die daar.” En ze wijst naar Catori. “Dat is wel leuk om de mensen af te schrikken. Dan komen ze niet in de buurt. Doe alsof jullie thuis zijn. Ik was net met het eten bezig.” Lorelei vraagt waar ze vandaan komt. “Ik kom uit een dorp uit het zuiden, met allemaal bandieten. Die wilden van alles van mij. Dat vond ik op den duur veel te lastig en ben ik weggegaan. Ik ben hierheen getrokken. Ik woon hier al een aantal jaren. Ik wil hier gewoon lekker rustig wonen.” We vragen wat over de omgeving en ze vertelt: “In de toren bij het Candlemere spookt het. Af en toe zijn er lichtbolletjes te zien boven het meer, heel eng. Hier in de buurt is het verder rustig. Ergens in het westen zit nog een kluizenaar. Dat is wel een maffe kerel hoor. De ene dag kan je er mee praten en de andere dag wil hij je aan stukken scheuren. Als je nog weer naar het westen gaat zit er nog een groot kasteel, het kasteel is verlaten. Het is wel leuk om naar te kijken.” Voor de paddenstoelen wil ze wel goud geven dat heeft ze nog wel, maar Rincewind vraagt of ze nog wat spulletje heeft. Haar oude toverstaf wil ze niet wegdoen, die gebruikt ze als wandelstok. En ze heeft nog een sjaal waar je sterker van wordt. Dan heeft ze nog een hand of de mage. Maar nee, die wil ze toch ook niet kwijt. Ze kan daarmee op afstand spullen in een potje doen en dat is toch wel makkelijk. Ze vertelt dat ze trots is op haar vogelverschrikker. Het is goed dat we haar geroepen hebben anders had de vogelverschrikker ons aangevallen, ze heeft hem zo getraind. Dan doet Rincewind de sjaal om. Hij werkt als een cloak of resistance. “Het is een beschermcape,” zegt ze: “En ik heb nog een oude wand. Het is een wand of burning hands, er zitten nog een stuk of tien probeerseltjes in.” We proberen om tien Rattlecaps te ruilen voor de sjaal, we willen er een aan Bokken geven. Ze vertelt: “Ik maak thee van de Rattlecaps. Het is hele goede thee. Ik wil die Rattlecaps graag hebben.” We doen een ruil, zij tien Rattlecaps en wij de cloak of resistance, die meteen naar Catori gaat. Ze stelt zich voor als mevrouw Beldame. We willen weer verder gaan. Ze zegt nog: “Als jullie mensen zien moeten jullie mij omschrijven als een gemene witch, dan vallen ze mij niet lastig. Maar jullie mogen nog wel langs komen hoor.” Lorelei vertelt nog dat vlak in de buurt van Ellorica een mannetje is dat potions maakt, ene Bokken, misschien is hij wat voor haar. Dan zegt ze: “Bokken, die ken ik wel, dat is de broer van die rare kerel. Bokken is wel een goeie kerel.” Lorelei stelt voor als ze dan niet naar Ellorica wil komen, kan ze bij Bokken langskomen en dan komen wij ook die kant op. Dat vindt ze prima.

We gaan weer verder naar het noorden en zijn weer een dag onder weg en we verkennen het volgende gebied. Het is voor het grootste gedeelte bos, en er stroomt een rivier van oost naar west. We slenteren een tweetal dagen door het bos heen. Dan horen we wat geschreeuw in de verte, een tiental meter voor ons. Lorelei sluipt wat dichterbij. Lororlei ziet tussen de bomen door een kar die gekanteld is en in de rivier ligt. Er zitten twee paarden aan vast die meegesleurd dreigen te worden de rivier in. Er om heen staan wat Gnomes. Er staan nog twee karren aan de overkant waar ook nog een aantal Gnomes bij staan. We besluiten om te helpen. Elgan probeert de kar tegen te houden, dat lukt hem goed. Lorelei probeert de paarden rustig te krijgen, maar ze blijven overstuur. Ze heeft haar dag niet. Catori en Rincewind roepen ieder een Water Elemental op om de kar uit het water te krijgen. Er komt wat beweging in de kar, maar de paarden trekken heftig aan de kar en daardoor valt de kar weer terug het water in. Lorelei doet nog een poging met de paarden en daarna Catori, maar ze krijgen ze niet rustig. Rincewind en Elgan weten de touwen door te slaan en dan krijgen ze de kar op de kant. Wat later weten Catori en Lorelei de paarden te bedaren en ook op de kant te krijgen. De Gnomes zijn dolblij. De ene Gnome stelt zich voor: “Ik ben Jubilost Narthropple, ik ben geen handelaar, dat doen wij niet. Jullie zijn helden, jullie hebben onze kar en paarden gered.” We vertellen dat we toevallig in de buurt waren. Hij vertelt: “Wij zijn de befaamde Narthropple expeditie. We zijn het gebied aan het verkennen. We zijn op zoek naar een Dwergen outpost, maar we kunnen hem niet vinden. Ik heeft een hele kaart van het gebied.” Als Rincewind dan vraagt of hij de kaart mag zien, dan wil hij dat toch liever niet. Het is een excentriek kereltje. Catori vraagt waarom hij dit doet. Hij vertelt: “Toen ik nog in mijn dorpje woonde had ik het op een gegeven moment wel gezien. Ik heb wat Gnomes om mij heen verzameld en ben op pad gegaan. Ik verkoop wel kaarten.” Rincewind laat hem dan onze kaart zien en hij ziet dat wij de noordkant al helemaal in kaart hebben gebracht. Hij heeft meer de zuidkant. Rincewind vraagt eens of het kasteel de outpost is die ze zoeken, maar Jubilost zegt dat het kasteel Elfs is. Hij wil wel de gebieden die wij hebben ontdekt en die hun hebben ontdekt een op een uitwisselen. Rincewind stelt voor dat ze mee gaan naar Ellorica om daar verder te praten. Onderweg worden de gegevens uitgewisseld. We vertellen ze over de tempel van Erastil, het beeld van Erastil, het graf van de barbaar, en de mijn van de Kobolds. De Gnomes vertellen over een hol van een beest, de plaats van het kasteel, een verlaten veerpontdienst op een driesprong van drie rivieren, en dan nog verder naar het oosten zit ook een hol van een beest. Van dat beest weten ze niets, maar in het eerste hol zit een wilde Hodag, een magisch beest, reptielachtig en vrij agressief. Voor het gebied hebben we nog twee dagen nodig om te  onderzoeken. Als we dit gebied in kaart hebben gebracht gaan we weer terug naar Ellorica.

We zijn vijf dagen onderweg en komen weer bij de stad aan. We gaan eerst eens aan onze stad werken. We proberen weer op te bouwen, maar of het komt dat we zo lang wegwaren? Het lukt niet helemaal om een goede balans te vinden. En we hebben niet zo veel succes om de economie een boost te geven. De boeren die op de landerijen werken hebben gelukkig wel goed geoogst. Ze hebben extra eten binnengehaald.

Na een paar dagen worden we benaderd door een man en een vrouw. Het zijn Loy Rezbin en zijn vrouw Latricia ze willen in de Greenbelt een dorp stichten. Ze hebben een plek gevonden aan de Skunk river waar ooit Tatzlwyrm hebben geleefd. Ze hebben geld gespaard en hebben zelfs al een naam bedacht voor hun dorp: Tatzlford. Rincewind overweegt hun motieven. Het gebeurt wel vaker dat edelen een dorp willen stichten, en het dorp is levensvatbaar. Ze zijn inderdaad oprecht. Ze willen een plek creëren waar ook mensen kunnen leven. Ze vallen dan nog niet onder onze hoede, maar als we een koninkrijk hebben kunnen we ze annexeren. Rincewind vraagt of ze niet meteen onder ons willen vallen en dat wij dan bescherming bieden en zo snel mogelijk een weg er heen maken, in ruil voor belasting. Loy gaat hier mee accoord. We besluiten om toestemming te geven. Ze zijn heel blij en gaan meteen op pad.

Een paar dagen later horen we een gerucht dat in het zuiden van the Greenbelt een Green Dragon woont. Een man vertelt: “Die Dragon eet alles op wat hij tegen komt, het is een zeer grote Dragon. Zo groot heb ik ze nog nooit gezien.” Dan horen we ook nog een gerucht dat in de zuidelijke moerassen een stam Lizardfolk leeft. Het is heel raar volk, hun koning spreekt met overleden geesten van zijn volk. Ze zijn zeer gewelddadig.

Er is wat rumoer in de stad, we horen dat er wat vee afgeslacht is en de volgende dagen zijn er twee mensen vermoord. De inwoners komen bij Elgan en eisen dat dit wordt opgelost. Elgan besluit om er op af te gaan als hoofd van de stadswacht, de anderen gaan ook mee. We gaan naar de boerderij en gaan op zoek naar sporen. De boerin zegt geschrokken: “Er zijn veel schapen gedood en er zijn er ook veel weggelopen. Kunnen jullie de weggelopen schapen terughalen?” Dan laat ze de afgeslachte schapen zien. Catori ziet dat het wonden zijn veroorzaakt door een Wolf. Lorelei zoekt op sporen en ze ziet sporen van een grote Wolf. Aangezien het volle maan is denkt ze dat het wel eens een Werewolf kan zijn. Rincewind geeft de boerin een paar goudstukken. En Elgan weet nog een paar schapen terug te brengen. We besluiten om de sporen te volgen. Maar we gaan eerst terug naar de stad om wat zilver in te slaan, voor het geval dat. Het is ten slotte volle maan geweest dus het kan een Werewolf zijn geweest. Dus is zilver van belang. We kloppen bij Oleg aan en die heeft wel wat zilveren pijlen. En hij heeft ook nog wel zilveren dolken. Elgan koopt een potion om zijn zwaard mee in te smeren. We gaan weer terug naar de boerderij. Lorelei volgt de sporen en ze komt bij wat bosjes en  bomen uit. Ze ziet dat er een paar mensensporen richting de stad lopen. We volgen de sporen een flink eind, maar raken dan het spoor kwijt. We gaan terug naar de bosjes en Lorelei onderzoekt de bosjes nog eens goed. Ze ziet de meeste sporen er in gaan en een paar er uit.

We gaan terug naar de stad om meer informatie in te winnen. Rincewind vraagt eens voorzichtig in de rondte. Hij hoort dat er een barmeid is vermoord en een zoontje van een schaapsherder. Rincewind gaat eens bij de kroegen langs. Elgan gaat bij de stadswacht informeren. Die weten te vertellen dat de slachtoffers buiten de stad zijn vermoord. De barmeid twee dagen geleden en de schaapsjongen gisteravond. De barmeid was fruit aan het verzamelen en de jongen was met zijn schapen bezig. Catori onderzoekt de lijken. Ze zijn inderdaad door een Werewolf om het leven gebracht. Rincewind informeert hier en daar wie de barmeid nog gezien heeft. Hij weet dat ze bij een achteraf barretje werkte. En ze was gewoon met haar werk bezig. Het was niet de knapste meid, dus vriendjes, nee die had ze niet. En bij de schaapsjongen waren geen afgeslachte schapen gezien. We gaan naar de plekken des onheils toe. Maar ook daar zijn geen aanwijzingen. We lichten de stadwacht in. Rincewind probeert nog wat extra mensen te ronselen. We horen nu ook in de stad dat er door de bevolking over Werewolves wordt gesproken. We willen wat extra mensen inhuren om te patrouilleren, dit kost ons 130 gp. Elgan gaat ’s nachts bij de rand van de stad posten samen met de stadswacht en de ingehuurde mensen en Lorelei gaat mee als scout. Catori en Rincewind posten zich midden in de stad.

Een groot deel van de avond blijft het rustig. Elgan en Lorelei lopen op verschillende plekken door de stad het wordt nacht. Dan horen we in de verte een duidelijke menselijke schreeuw en dan klingelt een stadswacht met een bel. Rincewind en Lorelei komen bij een klein winkeltje met een klein cafeetje met een stal er naast. ze zien een stadwacht op afstand staan met een bel in zijn handen. Er staat een figuur op twee benen, die met zijn kop in het lijk van een burger zit. Dan hoort hij wat en haalt hij zijn kop omhoog. Het is de kop van een wolf op het lichaam van een mens. Hij heeft een grote bijl, maar die staat aan de kant. Hij ziet Catori en Rincewind en stormt op ze af. Rincewind wordt geraakt en daarna ook Cheveyo, dan slaan ze op de vlucht. Ondertussen komt Elgan aangestormd en valt de Werewolf aan. Hij ziet wel niemand anders bij de Werewolf, maar hij is hoofd van de stadswacht dus dit wordt van hem verwacht. Elgan wordt flink geraakt maar slaat ook flink terug. Ondertussen is ook Lorelei gearriveerd en komen Catori en Rincewind ook weer terug. En na een paar flinke tikken weet Elgan de Werewolf af te maken. We vinden een magische great axe en een potion of remove fear op de Werewolf. De burgers zijn nu toch wel trotst op ons geworden.