KM_01_08

Aflevering 8 – 1 sarenith 4710

We besluiten om eerst op onderzoek te gaan naar de gewonde bandiet. Lorelei en Catori gaan naar hem op zoek en Rincewind en Elgan gaan Akiros verhoren. Lorelei bekijkt de beneden verdieping en vindt een trap omlaag. Tevens vindt ze op de benedenverdieping, in de ruimte waar de Owlbear zat, nog wapens en armor. Ze onderzoekt de diverse lijken. Op de Stag Lord vindt ze een leather armor, een composite longbow een amulet of natural armor, een helm in de vorm van een stag, deze heeft speciale eigenschappen. Ook heeft hij een masterwork longsword. Verder vinden ze nog zes potions of cure moderate wounds en een potion of lesser restoration. En ze vindt nog een ring of protection, een rapier en een masterwork studded leather armor. Ze kijkt ook nog of ze Falgrim Sneeg tussen de doden ligt maar die is er niet bij. Catori gaat de trap op omhoog. Ze ziet de loopbruggen, twee torens en een leefruimte die helemaal verlaten is. In een hoekje zit een bibberend figuurtje, hevig bloedend. Hij kermt als hij Catori ziet. Ze roept: “Geef je over. Kom met mij mee.” Hij staat voorzichtig op en doet zijn handen omhoog. Hij loopt met Catori mee.

Rincewind en Elgan beginnen Akiros te verhoren. Hij vertelt: “Ik ben hier terecht gekomen omdat ik er bij een andere orde uitgegooid ben. Via diverse omwegen ben ik hier terecht gekomen. Zo langzamerhand zag ik wel in dat dit ook niet alles was en toen jullie kwamen zag ik een mogelijkheid om hier weg te komen. Er zwerven hier wel meerdere groepen bandieten rond, maar dit was wel de gevaarlijkste. Ik zat bij een paladijn orde, een paladijn van Erastil. Ik ben persoonlijk beschermer geweest van de dochter van een rijke nobelman. Zij beschuldigde mij van verkrachting. Ik kon mij niet verdedigen tegen deze beschuldiging en ben toen weggegaan. Ik ben als een soort barbaar gaan leven.” Rincewind vertrouwt hem niet helemaal dus hij wil Akiros niet bij de groep hebben en vertelt dat hij kan gaan. Akiros weet niet waar hij heen moet gaan. Dan vragen we of hij Falgrim Sneeg kent. Hij zegt: “Die is nog op patrouille. Er zijn twee patrouilles onderweg. Bij welk van de twee hij zit weet ik niet, maar ik denk bij de eerste, die kan morgen weer terug zijn.” Rincewind zegt dat hij maar naar de trading post moet gaan en vragen naar Kesten. Hij begrijpt dat we hem niet helemaal vertrouwen. Rincewind vraagt nog of hij wat kan vertellen over de omgeving en of hij een Tatzlwyrm gezien heeft. Hij vertelt: “We kwamen nooit in een gedeelte van het bos waar slangachtige wezens zitten. Dat is ten westen van het fort. Verderop zitten ook nog wat gebouwen waar zo’n Boggard zit. In het zuiden kwamen we ook nooit, dat is erg ruig gebied. En in het noord oosten is een ingestorte brug. Daar zit de geest van ene Nettles.” Rincewind bedankt hem en hij kan naar de trading post gaan. Hij bedankt ons dat we hem gespaard hebben en hij zal zich melden bij Kesten. We sluiten de gewonde bandiet op in de kooi van de Owlbear. En we brengen het fort weer in zijn normale staat. Dan gaan we de nacht doorbrengen.

De volgende ochtend, 2 sarenith, worden we weer op tijd wakker en we besluiten om de trap naar beneden te gaan. Maar we gaan eerst de toren op om te kijken of het groepje bandieten naderen. We zien dat er voorlopig nog niets aankomt. We gaan omlaag, het hier donker in de ruimte. Dus een lichtje is wel welkom, en die wordt opgeroepen. We komen in een vierkante ruimte, met twee gangen die toegankelijk zijn en een ingestorte gang. We gaan de rechter gang in, Lorelei gaat voorop. De gang is verderop ingestort, maar er staan wat kratten in de gang. Lorelei weet de kratten open te krijgen. In de kratten zit voor 1.600 gp aan munten. Catori ziet ineens wat bewegen en Lorelei hoort wat gebrabbel. Catori ziet een Bagder tegen het plafond hangen van de andere gang en dan ziet ze een Giant Ant verschijnen. Als de Ant verslagen wordt verdwijnt de Badger in het plafond. Elgan stormt naar voren en ziet de Badger niet meer. Hij komt aan bij een hoek in de gang waar de Badger zat en hij ziet een kamertje waar kratten en zakken in staan. Rincewind besluit een Earth Elemental op te roepen om achter de Badger aan te gaan. Lorelei gaat ook eens kijken en ze ziet wat glimmends in een van de zakken zitten. Even later komt de Badger weer uit de muur vandaan. Hij krijgt een paar flinke tikken en verdwijnt weer in de grond. De Earth Elemental stoot hem weer omhoog. En dan weet Cheveyo de Badger af te maken. De Badger verandert in een heel oud mannetje, een Druïde. Lorelei onderzoekt de zakken en de kratten. Er zitten overal juwelen in en ze hebben een waarde van 2.900 gp. We verdelen de gevonden buit.

We besluiten om nu op wacht te gaan staan tot de eerste groep bandieten terugkomt. Catori kijkt even bij de paarden en ze verzorgt ze. Het duurt niet al te lang en dan ziet Lorelei een groepje mannen aankomen. Met een uurtje zullen ze bij de poort zijn. Als ze dichterbij komen ziet Lorelei dat het nog maar drie man zijn, waarvan er een nogal hinkt. Lorelei ziet dan dat Falgrim Sneeg er ook bij is. Ze komen bij de poort en roepen het wachtwoord. We doen de poort open en we weten heel gemakkelijk de groep te verslaan. We vinden nog drie amuletten op de bandieten. En we hebben Falgrim, die zich heel gemakkelijk overgeeft. We binden hem stevig vast.

Aangezien het nog een paar dagen duurt voordat de laatste groep bandieten terug komt besluiten we om met het lijk van de Stag Lord naar Nettles Crossing te gaan. We nemen voor de zekerheid wel de gevangenen mee. Na een dag reizen komen we bij de brug aan. We gooien het lijk van de Stag Lord in het water en we zien een bonige arm het lijk onder water trekken. Dan zien we de geest van Nettles weer naar boven komen en hij zegt: “Bedankt, nu kan ik rusten.” Hij steekt een roestige speer in de grond en trekt een ring van zijn vinger en hangt hem aan de speer. Dan zwaait hij nog een keer en verdwijnt. De speer is een ranseur en de ring is een ring of protection.

We zijn hier nu klaar en we gaan weer terug naar het fort. Na weer een dag komen we bij het fort. We gaan naar binnen en we wachten nog twee dagen. En dan komt het laatste groepje bandieten aan. Dit groepje hebben we ook zo uitgeschakeld.

Het is nu tijd om terug te gaan naar Oleg. We zijn vier dagen onderweg en dan zien we de trading post weer. We zien nu dat alle torens overeind staan. We gaan meteen naar Kesten om Falgrim Sneeg af te leveren. Een van zijn mannen haalt Kesten op. We vertellen wat we gedaan hebben bij het fort en bij de brug. En dan geven we hem Falgrim. Hij zegt: “Hé Falgrim, leuk je te zien. In een van de torens hebben we een kamertje voor je gemaakt.” Kesten neemt hem mee en we horen een hek dicht slaan. Hij is heel tevreden. Hij wil ons wel belonen, maar masterwork wapens hebben we niet zo nodig meer. Rincewind vraagt of hij ons niet kan aanbevelen bij diverse mensen. Dan kan hij die wapens aan de bewakers geven. Hij vindt het een goed idee en hij zal zijn ogen en oren open houden voor ons. Hij heeft wel respect voor ons gekregen. Hij gaat Falgrim aan de tand voelen en dan gaat hij op escorte naar Restov. Wij gaan nu naar Oleg om het een en ander te verkopen en heerlijk te eten bij Svetlana. Oleg komt er aan gerend en begroet ons. De kroeg begint al aardig klaar te geraken. Rincewind gaat even binnen kijken. Oleg laat de kelder zien, en eronder zit nog een kelder. Dan laat hij ook de bovenverdieping zien. Svetlana heeft al het een en ander aan keukengerei ingeslagen. Lorelei vraagt om speciale glazen. Daar moet Oleg nog naar kijken, hij vraagt of ze al een naam heeft voor het spul. Ze zegt: “Lorebrew.” Ze overleggen nog wat over de glazen. En ook over het benodigde vat. Voor het bord van de kroeg heeft hij nog niemand kunnen vinden. Hij heeft wel een tijdelijk bord opgehangen. En hij heeft een mooi stuk hout om het bord te maken. Dan zegt Catori dat zij het wel kan. Hij vraagt: “Kan jij dat dan?” Catori zegt: “Geef maar wat spullen dan regel ik het.” Ze vraagt of hij ook nog wat huiden heeft. En ze krijgt nu voldoende huiden om haar tent af te maken. Hij heeft ook wel iemand gezien die aan wat kruiden kan komen. Dan moet ze met Jhod gaan praten, het is een acoliet. We laten hem de spullen zien die we hebben. Hij kijkt zijn ogen uit. Het duurt wel een paar een paar weken voordat hij dat verkocht heeft. Dan geven we hem ook nog de amuletten om te verkopen. “En,” zegt hij: “Jullie zijn nog steeds met zijn vieren.”