KM_01_07

Aflevering 7 – 19 desnus 4710

Oleg is weer overal in de weer, en dan komt Rincewind naar hem toe, hij vertelt: “Hé, Oleg, ik heb een fantastische naam bedacht voor de kroeg: ‘the Rince’.” Oleg kijkt hem eens aan en zegt dan: “Geweldig. Ik ga meteen iemand zoeken die het bord kan maken, en ook iemand die de letters er op kan schilderen.” We besluiten om een week in de trading post te blijven. Lorelei gebruikt deze week om druk aan het brouwen te gaan in haar torentje. Ze is druk bezig met een soort jenever. Rincewind is druk in de weer met zijn spreuken. Ook ziet hij dat de kroeg al begint op te schieten. Het dak kan er al vrij snel op. Oleg is een goede handelaar, hij weet van alles te regelen. Elgan heeft hier en daar gekeken of hij wat mensen kan helpen met beschermen. Hij heeft een paar opdrachten gekregen in de omgeving en heeft er 30 gp mee verdiend. Catori is bezig met haar zweethut en ze is op zoek naar geestverruimende kruiden. Ze zoekt rondom de trading post de landerijen af. En met behulp van een paar jagers heeft ze er een paar grote Elk huiden bij, nu is ze al halverwege met haar tent. Het hol van Bokken begint ook al te vorderen. Ook die kan binnenkort zijn nieuwe behuizing in. Op het eind van de week hebben we nog een ontmoeting met Jhod. Hij is zeer verheugd nu hij naar de tempel kan. Hij vertelt: “Ik wil een hut bij de tempel bouwen. Dan kun je er ook overnachten. Nee, het standbeeld heb ik nog niet gezien, ik moet daar nog een bezoek aan brengen. Het moet wel interessant zijn. Op een van mijn tochten kwam ik een groep bandieten tegen bij de rivier. Ze kwamen vanaf het zuiden. Ze moeten ergens bij de rivieren zitten. De vrouw met de bijlen was er ook bij. Ze komen mij niet erg vriendelijk over.”

Rincewind wil weer op pad, hij wil achter die vrouw aan om wraak te nemen.

Dus we vertrekken vroeg in de morgen op 26 desnus richting de rivieren. We zijn vier dagen onderweg en komen bij de brug aan, waar de rivier zich splitst, en we steken hem over. We lopen verder langs de rivier. Lorelei bespeurt wat, en ze ziet achter wat struiken, achter een boom en aan de overkant van de rivier personen verscholen zitten. We stellen ons verdekt op. Elgan sluipt richting Catori en er vliegen wat pijlen zijn kant op, Dan stormen er twee bandieten naar voren. En verderop komen er nog twee bandieten dichterbij. En aan de overkant van de rivier komt een bekend figuur tevoorschijn. Ze heeft een bijl in haar hand en in de andere een dolk. Ze roept maniakaal: “Hé, vers vlees.” En dan komen er ook nog vier boogschutters tevoorschijn. We raken in gevecht en op gegeven moment verplaatst Rincewind zich. De vrouw roept: “Hé, jou ken ik. Ben je nog niet dood.” Maar tegen de opgeroepen Giant Ant van Catori is ze niet opgewassen. Als dan de laatste boogschutter door Elgan wordt afgemaakt is deze strijd ten einde. We vinden op de vrouw twee masterwork bijlen en 150 gp. En op alle negen personen vinden we een amulet van de Stag Lord en totaal vinden we 300 gp. En ook nog vier mooie composite bogen. We lopen nog een stukje door en slaan dan een kamp op voor de nacht.

De volgende dag gaan we het nieuwe gebied in, het is grasland. De rivier begint sneller te stromen en na een halve dag lopen komen we op een heuveltje en zien we een meertje. We zien nog een rivier naar het westen het bos in gaan. En wat ons het meest opvalt is dat aan de noordkant van het meer een fort staat, op een heuvel gebouwd. We besluiten om richting het fort te gaan. We zien in de verte een groep personen lopen richting het fort. Zo af en toe zien we de schitteringen van hun wapens. We lopen ook weer verder richting het fort. En we zien de groep het fort naderen, en ze gaan naar binnen. We komen nu steeds dichterbij en het is nu duidelijk te zien dat het een fort is, met houten palissades. Hij staat op een verhoging. We staan te overleggen wat we zullen doen en dan zien we weer een groep personen het fort verlaten. Ze gaan richting het oosten. We besluiten om een plek te zoeken om ons te kunnen verstoppen om eens te kunnen zien wat voor groepjes het zoal zijn. Catori en Lorelei stellen zich verdekt op, en Rincewind en Elgan zitten verderop. Het begint langzamerhand donker te worden. En dan zien we een groepje personen met fakkels lopen. Ze komen langzamerhand dichterbij, en ze lopen nietsvermoedend langs Catori en Lorelei. Het is duidelijk te zien dat deze personen het embleem van de Stag Lord dragen. En aan hun uitrusting te zien zijn het bandieten. De dames horen wat geruchten: “Die Auchs is ook een domme beul. Maar maak geen ruzie met hem want hij slaat je zo in elkaar.” En: “Ik weet het niet met die Akiros, Het lijkt aardige gast maar hij is het niet, hij is veel te braaf.” Als ze voorbij zijn komen Lorelei en Catori weer terug. We overleggen even en besluiten om er op af te gaan. Als we de groep naderen, kijken ze om. Een van de bandieten zegt: “Hé, dat ziet er waardevol uit.” Dan volgt er een gevecht. En dit gevecht is snel beëindigd. We vinden weer zes amuletten, 200 gp en zes masterwork short swords. We besluiten om eerst de lijken te verbergen en dan even te gaan slapen. Om dan de volgende dag weer een groep op te wachten. We zoeken nog even een goede plek om ze op te wachten. En we slaan een kamp op voor de nacht. We zien nog wel aan de fakkels dat er een man of vier op wacht staan in het fort. Dan gaan we slapen.

Het wordt langzaamaan dag. We gaan in positie voor de volgende aanval. Lorelei zit op wacht op een heuveltje en de anderen zitten erachter. Lorelei kijkt eens richting het fort en ze ziet dat aan de zijkant van het fort de ingang zit. Er is een torentje dat bemand is. Ze ziet aan de voorkant twee torentjes met een loopbrug ertussen, daar lopen een paar wachters overheen. Ze kan niet in het fort kijken, de palissaden zijn te hoog. In het midden ziet ze nog wel een hoog gebouw wat voor een deel ingestort lijkt. Maar na een aantal uur is er nog geen groep naar buiten gekomen. De dag gaat langzaam voorbij. Het begint inmiddels weer donker te worden. Rincewind probeert een inschatting te maken van hoeveel personen in het fort zouden kunnen zitten. Het fort is ongeveer net zo groot als de trading post. Dus een man of 25 kan er maximaal inzitten. We hebben zes man afgemaakt en er is een groep op pad dus zo’n man of 15 moet er nog inzitten. We besluiten om ons te verkleden als bandieten en zo het fort in te gaan. Cheveyo kan niet mee, daar bandieten geen companion hebben. Dus hij moet op afstand achter ons aan lopen. We lopen naar de poort. Het is een stevig houten hek, wat weggeschoven kan worden. We zien in een hoek palen waar een toren op staat. In het midden staat een gebouw, waarvan het plafond voor een deel is ingestort. En we zien nog twee torens op palen waar tussen een loopbrug loopt. Ook zien we nog een loopbrug vanuit het gebouw richting de torens. Onder de toren bij de ingang staan nog twee paarden.

Als we bij de poort aankomen horen we iemand schreeuwen: “Wachtwoord.” Rincewind roept: “We zijn aangevallen door een groep avonturiers, doe de poort open. We zijn twee man verloren.” De poortwachter roept: “Wat voor buit kunnen we verwachten?” Rincewind antwoordt: “We hebben wat verloren omdat we zijn aangevallen, maar we hebben nog wel wat bij ons.” De man fluit en dan komen er drie man aan die de poort openschuiven. We gaan naar binnen en vallen aan. Catori fluit naar Cheveyo. De bandieten roepen: “Indringers!” We slaan er op los. Dan komt er nog een bandiet aanlopen die roept: “Laat het beest vrij.” Uit het gebouw komt er een vrij stevige kerel tevoorschijn met een groen gele broek aan en een vat op zijn nek. Hij een grote knuppel in zijn handen. Hij roept: “Ha Auchs beuken.” En weer even later komt er nog iets aangerend, een Owlbear. Cheveyo sprint op de Owlbear af. Hij krijgt een paar flinke tikken en druipt met de staart tussen zijn poten af. En alsof het nog niet genoeg is komen er nog vier bandieten aangesneld. Auchs gaat ten onder door de opgeroepen beesten van Rincewind. De Owlbear wordt door Lorelei afgeschoten. Dan stormt een van de bandieten op de andere af en roept: “Sterf Dovan. Vuig bandiet, gespuis.” Dovan antwoordt: “Akiros, vuile verrader, je gaat er aan.” Dovan wordt afgemaakt door een Earth elemental van Rincewind. Cheveyo is weer genezen door Catori en loopt nu op Akiros af om hem in de gaten te houden. Verderop in het gebouw komt er nu iemand aanlopen met een schedel van een Elk op zijn hoofd. Dat moet haast wel de Stag Lord zijn. Hij roept: “Allemaal opduvelen uit mijn fort.” Dan roept Akiros: “Ik ben Akiros Ismort, is het goed dat ik jullie help? Ik heb het gehad met die bandieten.” Catori zegt tegen Cheveyo: “Laat hem maar gaan.” En Akiros gaat ook richting de Stag Lord. Uiteidelijk weet Elgan de Stag Lord af te maken. Er moet nog wel een zwaar gewonde bandiet in het gebouw zitten. En er is natuurlijk ook nog een groep bandieten onderweg.