KM_01_06

Aflevering 6 – 10 gozran 4710

Het is inmiddels al weer duister aan het worden en we slaan een kamp op voor de nacht. En na een rustige nacht staan we de volgende dag weer fris op.

We gaan weer verder met het verkennen van het volgende gebied, we gaan naar het noordwesten. We zien al vrij snel dat we weer het bos ingaan. Na anderhalve dag reizen komen we in het bos aan. Lorelei klaagt over het gewicht van de berenklemmen, ze kan niet lekker vooruit komen. Elgan neemt ze dan maar van haar over. We zijn weer twee en een halve dag bezig om het bos te doorkruizen. We komen bij een grote omgevallen dennenboom. Her en der zien we dat er aarde omgewoeld is alsof er onder de boom een schuilplaats gecreëerd is. Er liggen wat botten bij een van die woelplaatsen. Lorelei gaat eens wat dichterbij kijken. Ze ziet dat de grond hier plat gestampt is en ze ziet wat sporen op de grond. Ze herkent ze niet direct en kijkt eens in haar boek. Het zou van een Boar kunnen zijn, een vrij grote Boar. Dit zou dan wel eens het hol van Tuskgutter kunnen zijn. Maar zo te zien is hij niet aanwezig. Lorelei stelt voor om de berenvallen hier bij de ingang van het hol neer te leggen, en dan gaan we in een hinderlaag leggen. We plaatsen de berenvallen, en dan is het afwachten. We wachten een paar uur maar er komt nog niets aan. Er zit niets anders op om nog even af te wachten. Catori denkt dat het nog wel lang kan duren voordat het beest terug komt, maar hij leeft hier nog wel. Het begint ondertussen te schemeren, en dan hoort Lorelei wat aankomen. En dan komt er tussen bosjes een Boar tevoorschijn. Zijn buit hangt nog in zijn mond. Hij loopt richting zijn hol en hij lijkt ons niet te zien. Maar hij stopt voor de klemmen en hij snuffelt er aan. Hij blijft er voor staan en hij gaat dan liggen. We wachten heel even. We zien hem dan weer opstaan en hij probeert tussen de klemmen door zijn hol in te sluipen. Hij weet de eerste val te ontwijken, maar trapt dan in de tweede. Hij begint als een dolle te gillen. We vallen meteen aan. Elgan wordt flink geraakt door het beest. En na een fel gevecht weet een opgeroepen Giant Ant van Catori Tuskgutter af te maken. Catori geneest Elgan. Elgan hakt de kop van Tuskgutter af en die wordt in een zak gestopt, we denken dat hij wel een week goed blijft. De rest van het beest kunnen we opeten. Catori probeert de huid van het beest te stropen, maar ze scheurt er lustig op los en er blijft niet veel meer van de huid over. We slaan maar weer een kamp op. De nacht verloopt rustig.

We hebben nog een stuk vlees als ontbijt en we gaan terug naar de trading post. We hebben hier nog een bos gebied wat we willen doorzoeken. Dit gaat al gauw overgaat in gras gebied. We besteden nog een dag om dit te doorzoeken. Dan gaan we naar Oleg. Voor de avond komen we bij hem aan, het is inmiddels 19 gozran. We laten de kop van Tuskgutter aan Oleg zien. Hij zegt: “Wat is hij groot.” We vertellen waar we het beest gevonden hebben en dan zegt hij: “Happs had gezegd dat hij verder weg zou zitten.” Wat ons opvalt is dat de stallen platgegooid zijn. We vragen aan Oleg wat hij aan het doen is. Hij bruist weer van de ideeën, hij vertelt: “Ik moest wel aan Svetlana beloven om buiten de omheining nieuwe stallen te bouwen. Maar hier wordt dan de kroeg verder uitgebouwd, het wordt een grote kroeg. De mannen van Kesten zijn druk bezig om de tweede toren op te bouwen. Eh, Rincewind, heb jij al een naam verzonnen voor de kroeg?” Rincewind geeft er maar een zwaai aan dat hij nog wat verzinnen moet, want dat heeft hij nog niet gedaan. Ondanks dat er flink gebouwd wordt is het ook druk in de trading post. We gaan op zoek naar Happs want we willen die kop toch wel kwijt. Maar Happs is de bossen in, misschien dat hij vandaag of morgen terug komt. Oleg heeft nog wel een plekje waar de kop neergelegd kan worden. Dan bestellen we wat bier. Oleg drinkt een biertje mee. Het vat bier heeft hij van een Gnome gekocht. Catori, die nog nooit alcohol gedronken heeft, is al snel ladder zat. Het begint tegen de avond te lopen. Svetlana is al weer met het eten bezig. Dan komt ook Happs terug. Hij komt met een kleine Boar aan. Dan laten we hem de kop van Tuskgutter zien: “Oh, jullie hebben hem. Dan kan ik eindelijk mijn stoofpot maken, heerlijk. Waar hebben jullie hem gevonden?” We vertellen waar we hem gevonden hebben en hoe we hem gedood hebben. Hij is heel blij. We krijgen zijn boog als beloning, met de animal bane pijlen. Hij biedt dan aan om de kop in de hier in de trading post te bereiden. Hij gaat op zoek naar een pan en komt even later weer terug. Morgen heeft hij zijn gerecht klaar. We gaan eten en nemen er nog wat bier bij. Na het eten roept Elgan Oleg. Hij zegt: “Eh, Oleg. ik heb wat geld nodig. Daar kan ik eventueel wat klusjes opknappen voor mensen die wat problemen hebben, en Kesten heeft er geen tijd voor. Of het zijn klusjes die Kesten niet wil doen, omdat het eh, minder netjes is.” “Bescherming van mensen bedoel je?” zegt Oleg. “Zoiets ja.” antwoordt Elgan. Dan vraagt Lorelei of Oleg aan boeken over plantjes kan komen. Ook daar wil hij wel naar kijken. We drinken nog een biertje en gaan dan naar bed.

We staan weer vroeg op. Happs is al druk bezig met zijn gerecht. Catori heeft nog last van de hoeveelheid drank van de vorige avond. We gaan op weg naar Bokken. Als we bij hem aankomen komt hij naar buiten. Hij kijkt naar Catori en zegt: “Ik heb hier een flesje met zwart spul. Drink hier maar van dan ga je je weer lekker voelen.” Catori neemt een paar slokken en ze komt er weer van bij. Dan vraagt Bokken naar de fangberries. We geven hem de zak. “Oh, jullie hebben ze zelfs gedroogd. Hier ben ik heel blij mee. Dan kan ik weer potions maken,” zegt Bokken verheugd. Dan zegt Rincewind: “Als we wat nodig hebben denk aan ons.” Hij haalt wat potions op, vijf stuk protection from evil en ook nog vijf cure moderate wounds. Rincewind vraagt aan Bokken of hij nog wel eens in de trading post komt. Daar heeft hij meer kans om kruiden te vinden. En daar komen wij ook wat vaker. En dan hoeft hij niet elke keer naar de trading post voor lege flesjes. Maar die drukte vindt hij maar niets. Rincewind vertelt nog eens over de vele voordelen. Hij krijgt dan toch wel interesse, maar hij wil geen huis, hij wil een hol onder de grond. En hij wil veel meer ruimte dan dat hij nu heeft. Hij vindt het best een goed idee. Rincewind stelt voor om met Oleg te praten om dit te regelen. Hij is helemaal blij dat hij het hol niet zelf hoeft te graven. Wij gaan weer terug naar de trading post en komen er tegen de avond weer aan. Rincewind gaat meteen met Oleg praten. Ondertussen krijgen we een heerlijke maaltijd van Happs. Rincewind vertelt aan Oleg wat hij met Bokken besproken heeft. Oleg vindt het wel makkelijk dat hij in de buurt zit, maar hij wil hem niet elke dag in de trading post hebben, Bokken jaagt meer mensen weg dan dat er komen. Dan zegt Rincewind: “In de buurt van de bossen kun je toch zo’n hut maken.” Dat vindt Oleg wel een goed idee. Lorelei vraagt of Oleg aan een disteleer ketel kan komen. En ze vertelt dat ze haar eigen drank wil gaan brouwen. Daar ziet Oleg wel wat in, dit is ook wel wat voor in de nieuwe kroeg. Ze heeft ook een schuurtje nodig, liefst van steen. Oleg zegt: “Als je 200 gp hebt kan ik de soldaten van Kesten opdracht geven om dit te realiseren.” Catori zegt nu tegen Oleg dat ze ook op zoek is naar een stevige tent om nader tot haar spirit te komen. En dat ze dus wat huiden nodig heeft. Hij belooft dat hij er naar op zoek gaat. Oleg vertelt ook nog dat hij wat masterwork backpacks ingekocht heeft. We nemen er drie af, Rincewind koopt er nog een voor Elgan, die geheel door zijn gp’s heen is. Daarna gaan we naar bed.

En weer is het vroeg dag. Het is nogal guur weer. We besluiten om naar het gebied te gaan ten westen van de plek waar we de fangberries hebben gevonden. We zijn inmiddels al weer drie dagen onderweg. Dan zien we verderop een groep Elks staan. Het zijn forse beesten, planteneters, maar ze kunnen wel gevaarlijk zijn. Er zit een grote tussen en drie kleinere. Lorelei stelt voor om ze te doden voor de huid, maar na kort overleg vinden het niet echt nodig om ze af te maken. We gaan door en na nog een dag reizen komen we in het gebied waar we willen zijn. We zitten in een bosgebied. We zijn drie dagen bezig om het gebied te onderzoeken. We zien op een gegeven moment een open plek. Ineens horen we een soort huil geluiden van de open plek komen. Lorelei gaat dichterbij kijken. Ze ziet nog niets maar het geluid wordt duidelijker. Het komt haar bekend voor maar toch ook weer niet. Ze sluipt nog wat dichterbij. Het geluid lijkt te stoppen. Ze ziet dat er een gat in de grond zit. Ze sluipt terug en vertelt wat ze gezien en gehoord heeft. Rincewind vindt het niet interessant genoeg en we gaan verder. We gaan nu naar het noordwesten. We zijn weer een dag onderweg en beginnen aan de volgende zoektocht. We zien nu een rivier stromen. Hij loopt van het noordwesten naar het zuidwesten. Het moet de Skunk river zijn. Deze komt in een groot meer uit in het zuiden. We lopen drie dagen langs de rivier en bij een uitloper van de rivier zien we door de struiken heen wat oude gebouwen staan. Lorelei sluipt eens in de buurt van de gebouwen. Ze ziet dat een gebouw bijna helemaal is ingestort, dan is er nog een groot en een klein gebouw. In het kleine gebouw ligt een heleboel troep en het grote gebouw lijkt nog wel in tact. Ze kijkt nog eens goed maar ze ziet niet veel meer. We besluiten om naar het grote gebouw te gaan. Als we dichter bij komen horen we wat geplets en er komt uit het kleine gebouwtje een Frog achtig wezen. Het is een Boggard. Hij kijkt ons een beetje aan. Hij gooit meteen een speer op de grond en schreeuwt: “Vrede.” Lorelei vraagt of hij alleen is. Hij zegt: “Ik Boggard, jullie gaan.” Rincewind stelt ons voor. Dan zegt hij: “Ik honger, Snake. jullie weg.” Lorelei vraagt waar de Wurm is. Hij zegt: “Honger, jullie gaan.” Het is wel vreemd dat deze Boggard common spreekt. Catori besluit dan het grote gebouw te bekijken. Dan begint de Boggard te roepen: “Ga, ga weg.” En hij houdt zijn speer gereed. Catori ziet dat het gebouw van binnen er ingestort uitziet. En in een hoek van het gebouw ziet ze in het duister een paar ogen oplichten. Ze denkt dat het een ander beest is als een Boggard. Rincewind vraagt wat daar zit. “Slurk, ga weg,” zegt de Boggard. Rincewind weet dat Boggards daar wel op rijden. Rincewind zegt tegen Catori: “Laat maar zitten.” De Boggard wordt wat rustiger en zegt: “Jij gaan.” Hij loopt nog een stukje achter ons aan. Dan loopt hij het grote gebouw in en zien we hem niet meer.

We gaan nu richting het westen. We steken de rivier op een rustige plek over en na een dag lopen komen we in het volgende gebied aan. Het gebied bestaat weer uit bos, een nogal dicht bos. We komen na een paar dagen op een kleine open plek en we zien een standbeeld, overwoekerd met struiken. Het is een standbeeld van een Humanoid persoon maar met het hoofd van een Elk. En er is een kleine ruïne zichtbaar. Catori kijkt eens naar een medaille van de Stag Lord of het er op lijkt, maar de kop van het standbeeld is toch anders. Dan, na de voet van het standbeeld schoon gemaakt te hebben, komen we er achter dat dit een beeld is van Erastil. We onderzoeken het beeld. Het ziet er best wel netjes uit ondanks dat het overwoekerd is. Dan kijkt Lorelei bij de ruïne. En onder een boomstam vindt ze nog een half weggerotte backpack. Er komt schimmel en ongedierte uit en wat kapotte flesjes en een koker. Rincewind opent de koker en komt er achter dat er magische scrolls in zitten. Maar hij kan er geen wijs uit. Dan kijkt Catori er eens naar. Het zijn vier divine scrolls. Het standbeeld zal wat voor Jhod zijn, dat moeten we hem vertellen. We hebben dit gebied in drie dagen doorzocht. Dan gaan we verder naar wet westen. Maar het lijkt wel alsof dit buiten ons te onderzoeken gebied valt. Dan besluiten we om naar het noordoosten te gaan. We reizen nog een dag en zien de rivier weer. We doorzoeken het gebied en in de rivier ziet Rincewind iets voorbij dobberen. Lorelei vist het er uit, het water lijkt wel warm te zijn. Het is een lijk, en nog redelijk vers. Aan zijn riem heeft het lijk nog een grote zak hangen. We kijken eens naar het gezicht. Zo te zien is het niet Falgrim Sneeg, maar het is wel een bandiet. Hij heeft ook een amulet van de Stag lord om. In de zak zitten wat lege flessen, en een buideltje met 80 pp. De bandiet lijkt net een dag dood te zijn. We gaan weer verder. Dan naderen we het eind van de rivier en het begint hier te stinken, naar rotte eieren. We gaan de stank tegemoet. We zien aan de rand van het bos een grote poel. We zien er af en toe wat uit bubbelen, een soort rook. We gaan er heen. Catori kijkt eens en ziet dat het vrij rustig is. Maar af en toe hoort ze wat gekwaak tussen het gebubbel door. We gaan eens dichterbij kijken. Lorelei sluipt voorzichtig naar de poel toe. Ze ziet niets, maar tussen het geborrel door hoort ze: ‘ploep, ploep ploep.’ Ze sluipt nog dichterbij, maar ziet nog steeds niets. Ze twijfelt even en dan komen er een aantal Giant Frogs het water uit en ze springen op Lorelei af. We rennen nu ook richting Lorelei. Het gevecht is kort en de Frogs zijn zo verslagen. De poel is een soort bron. De zwavelige geur is hier op zijn sterkst. We testen het water even en het is van goede kwaliteit. Dan nemen we een bad in de vijver. En na drie dagen is dit gebied ook weer doorzocht. We besluiten om nu naar het westen te gaan. Met een dag zijn we er. We zijn vrij snel het bos uit en komen op een grasvlakte. Met een dag hebben we dit gebied doorzocht. Hier is niets bijzonders te vinden. We gaan verder naar het noordoosten en na twee dagen hebben we deze vlakte ook verkend. We gaan weer verder naar het noordwesten. En ook nu hebben we twee dagen nodig om dit gebied te doorzoeken en dan ziet Elgan in een struik met besjes een steen, als een soort grafzuil. Elgan herkent dit en ook Rincewind weet dat dit een graf van een barbaar moet zijn. Rincewind kijkt nog even of er wat magisch is en hij ontdekt dat er een glimp van magie is. Maar we laten het graf met rust. We gaan weer verder naar het oosten. Wederom een grasgebied. Na weer twee dagen hebben we ook dit in kaart gebracht. We besluiten om terug te gaan naar de trading post. Met twee dagen zijn we weer terug.

Het is weer een drukte in de trading post. De kroeg begint te vorderen. Er staan al wat muren overeind. De tweede wachttoren staat ook al overeind. De ruimte die Lorelei geclaimd heeft is ook opgeruimd. Oleg komt op ons af. Hij zegt: “Het is al weer 19 desnus, jullie zijn wel een maand weggebleven.” Rincewind vertelt wat we gezien hebben. Hij vindt het vreemd dat die Boggard zo dicht bij zit, en ook dat hij alleen was is vreemd. We vertellen over het standbeeld van Erastil en hij kijkt verbaasd. We spreken Happs nog even en die zegt dat de Elks hier wel vaker zitten. Hij zegt: “Als er wat grotere bij zitten moet je uitkijken Ze scheuren je zo aan stukken.” Oleg vertelt nog dat hij een ketel heeft begaan. Wel niet zo’n grote. Lorelei kijkt een beetje sip. Hij vertelt: “De soldaten van Kesten hebben wat verdiepinkjes in de toren aangebracht. Als er nog wat nodig is moet je het zeggen.”

Dan gaan we naar Jhod. Jhod is een beetje verbaasd: “Ik ben bij de tempel geweest, geweldig. Maar wat zeggen jullie nu, een standbeeld van Erastil in het bos. Nee daar heb ik nooit over gehoord. Ik ben blij dat jullie mij dit vertellen. De tempel begint weer op te bloeien. Ik heb hierover een bericht naar mijn orde gestuurd. En ook dat jullie het probleem van de tempel hebben opgelost.” We verkopen hem een scroll. Catori vraagt nog of Oleg wat huiden heeft kunnen begaan. Hij heeft er een van een Wolf en een van een Bear. Wolves gaan eigenlijk niet samen met Tigers dus die heeft Catori liever niet. Hij vertelt over het afdakje voor de paarden wat ook verwezenlijkt is.

We besluiten om een paar dagen in de post te blijven. Elgan vraagt nog eens of er al iemand is die hulp nodig heeft. Maar Oleg heeft daar nog niets van vernomen. Oleg is nog even naar Bokken geweest, het is een goed gesprek geweest. Het vervaardigen van het hol is al in gang gezet. Catori biedt Oleg haar magische hulp aan om te helpen met graven.