KM_01_01

Hoofdstuk 1 – The Stolen Lands

Aflevering 1 – 7 calistril 4710

anuit verschillende hoeken uit het land komen verschillende personen aan bij Oleg’s Trading Post. Het is nu 7 calistril 4710. De trading post  ziet er uit als een oud fort. Er zitten torens met katapulten op de hoeken van de muur. Oreon, een Human, herstelt van zijn wonden op de trading post en is naar buiten gegaan, hij staat buiten de muren van de trading post de omgeving te bekijken. Oreon heeft Oleg al eens gesproken, hij zit hier al een paar dagen. Oleg Leveten is druk bezig met reparaties aan de diverse gebouwen die zich in de trading post bevinden. Oreon ziet een vrouw aankomen en zwaait naar haar. Het is een Half-Elf, Deyaneira, ze zwaait terug en zegt: “Hallo, heb jij ook zo’n brief gehad.” Oreon beantwoordt de vraag: “Ja, ik heb er ook een.” Dan komen er nog twee personen aanlopen, een Elf en een Half-Elf. De Half-Elf, Aurelia, zegt: “Hallo,” en loopt het binnenterrein op. De Elf, Rincewind, ziet het briefje en vraagt aan Oreon hij ook op avontuur wil. Hij gaat ook het binnenterrein op. Oreon gaat er achter aan gevolgd door Deyaneira. Het binnenterrein bestaat uit meerdere gebouwen, het hoofdgebouw, een gastenverblijf, een voorraadschuur en een stal. Uit het hoofdgebouw komt een dame aan lopen. Ze lijkt heel blij. Het is Svetlana Leveten, de vrouw van Oleg. Ze zegt: “Jullie zijn de bewaking om ons te helpen tegen de bandieten.” Rincewind laat het charter zien wat hij gekregen heeft maar ze zegt: “Oh, daar moet Oleg maar naar kijken, hier ben ik niet zo goed in.” Oreon leest het charter voor en ze roept Oleg. Hij komt te voorschijn en roept: “Zijn dat de bewakers?” Svetlana zegt: “Ik denk het niet.” Oleg komt een beetje nors over: “Oh, jullie zijn de ontdekkingreizigers.” Rincewind zegt dan: “We kunnen hier ook wat betekenen hoor.” Oleg vertelt: “We zitten hier al een paar maanden op de trading post. En de laatste weken worden we lastig gevallen door bandieten. Zowaar de handel begint goed te lopen en dan komen die bandieten langs voor beschermingsgeld. Ze willen al het geld hebben en dan smeren ze hem weer. Ik heb bericht gestuurd naar Restov en gevraagd om bewaking. En nu zie ik jullie. Mijn vrouw is nu heel blij. Maar jullie zijn het niet.” Rincewind biedt nogmaals onze hulp aan en vraagt: “Wie zijn het?” Oleg antwoordt: “Het is een groep van tien, twaalf man. Er zit ook een dame bij met twee bijlen. Ze zwaait er nogal eens mee en komt gevaarlijk over. Maar er was laatst een andere bij, een man. Het waren de laatste keer nog maar zes personen. En die ene man had een hele grote boog. En daar kon hij goed mee schieten.” Rincewind zegt nog eens dat hij graag wil helpen. Oleg is hier erg blij mee. Hij heeft een gastenverblijf voor ons ter beschikking. Rincewind vraagt dan of hij ook helpt om bij de handelaren items te kunnen kopen voor een goede prijs. Dan zijn wij ook weer blij.

We kijken eens rond, het fort zelf is niet in goede staat om te verdedigen. Oleg vertelt: “De bandieten komen met zijn allen tegelijk binnen. Soms komen ze lopend maar meestal hebben ze een of twee paarden mee. Ze zijn brutaal en komen meteen naar de voorraad schuur. Een keer wilden we ze niet naar binnen laten en dreigden ze om alles in brand te steken. Toen hebben we ze toch maar naar binnen gelaten.” Rincewind doet een voorstel voor een hinderlaag. Oleg vindt het geweldig. We bespreken het plan om ze voor de voorraad schuur klem te zetten. Oleg weet nog een berenval te plaatsen. Oleg biedt ons het gastenhuis aan als we er in slagen om de aanval af te slaan, en het eten zit er bij in. Meestal komen de bandieten ’s ochtends vroeg dus eerst genieten we van een goede nachtrust.

De volgende dag ziet Oleg vanuit het bos wat aankomen, hij waarschuwt ons. Deyaneira cast eerst maar een mage armor over haar heen. Oleg zegt nu dat het vier man zijn die vijf, zes paarden bij zich hebben. Oleg is erg zenuwachtig Dan horen we iemand zeggen: “Hé Oleg, daar zijn we weer.” We horen wat woordenwisselingen. Oleg praat nog even met een van de bandieten en dat horen we: “Pleur op man.” Oleg komt het binnenterrein opgelopen en verschuilt zich. Dan komen er vier man aan en een roept er: “We redden ons wel hoor, Oleg.” Een man met de boog commandeert de andere mannen en die gaan richting de voorraad schuur. De eerste loopt naar binnen. Dan komt Oreon naar buiten en roept: “Halt!” De man met de boog zegt: “Wat wil jij nu man.” Dit is duidelijk de leider van de groep. We staan allemaal op nu. De leider zegt: “We halten niet voor jullie.” Oreon roept: “Geeft je over.” Deyaneira laat de leider in slaap vallen met een van haar spreuken. Als er twee bandieten zijn afgemaakt slaat er een op de vlucht. De leider wordt door Rincewind afgemaakt. En Deyaneira weet met haar speer de vluchtende bandiet te doden. Oleg komt te voorschijn en zegt: “Jullie hebben ze wel afgeschrokken,” en tegen Aurelia zegt hij: “Jij zie er kut uit.”  Hij vervolgt: “Weet je wat ik nu ga doen, speren maken.” Rincewind zegt: “Hier kun je mee adverteren.” We strippen de bandieten en vinden twee potjes met alchemist’s fire. En een leren harnas en een composite longbow. De leider heeft nog een zilveren amulet met de afbeelding van een hert bij zich. De anderen hebben een harnas, een zwaard en een longbow. We krijgen er 101 gp voor van Oleg. De composite longbow gaat naar Aurelia. Deyaneira geneest Aurelia. Deyaneira en Aurelia nemen  de potjes met alchemist’s fire. Oleg gaat een ontbijt voor ons maken.

Rincewind stelt voor om met zijn vieren het wildernis in te gaan. Svetlana praat nog wat met Oleg. Ze zegt: “Alleen maar logies geven is ook vrekkig.” Dan gaat Oleg naar binnen en komt weer naar buiten en geeft 50 gp en een tasje met drie healing potions. Rincewind kijkt naar Oreon en zegt tegen Oleg: “Wij gaan morgen de wildernis in, kun je ons wat richtingen opgeven?” Aurelia zegt dan een beetje katterig: “Ik ken de omgeving hier.” We krijgen een ontbijt van Svetlana. We blijven deze dag nog in de trading post rondhangen. Oreon kijkt eens bij de paarden het zijn er zes. Als hij ze bij de teugels wil grijpen worden ze wat weerbarstig. Aurelia weet er vier te kalmeren, maar twee paarden slaan op de vlucht. Oleg legt uit dat je weinig in het wildernis hebt aan paarden dus we verkopen ze en krijgen er 150 gp voor. We helpen Oleg met het opruimen van de lijken. De hoofden worden op spikes op de omheining gezet en de lijken verdwijnen in compostputten.

Zo af en toe komt er een handelaar langs. Bij het avond eten praten we nog even met Oleg en Svetlana. Svetlana vertelt tijdens het afwassen: “Oleg heeft het nogal te verduren gehad tijdens het opbouwen van de post. Ik wil hem verwennen, hij is dol op moon radish soep, en dat wil ik voor hem maken. Maar de maan radijsjes, de belangrijkste ingrediënten zijn lastig te vinden. Willen jullie op zoek gaan naar deze maan radijsjes?” Oleg vertelt aan de mannen: “De eerste keer dat de bandieten kwamen heeft de vrouw de trouwring van Svetlana afgepakt en naar een van de mannen gegooid. Ze hebben hem meegenomen Als jullie deze ring tegen komen willen jullie hem dan mee terug nemen?” We beloven dat we deze verzoeken willen uitvoeren.

’s Avonds horen we nog wat geruchten. Een van de handelaren vertelt: “Er was ooit een brug over een van de rivieren. Die brug is door de bandieten gesloopt. De brugwachter, ene Davik, schijnt er nog rond te spoken.” En dan komt er nog een oud baasje die pikhouwelen koopt: “Vroeger waren er nog kolonisten die mijnen hebben aangelegd, ze hebben niets kunnen vinden. Maar het schijnt dat er goud in the Greenbelt zit.” We blijven nog een nachtje en de volgende dag willen we op pad gaan.

Oleg komt op ons af en zegt dat hij hoopt dat er nog wat bewaking komt uit Restov. Hij geeft ons wat rantsoenen mee. We kunnen nog dekens kopen voor één gp. De tent van Oreon kunnen we ruilen voor een vier persoonstent.

We zijn klaar om op avontuur te gaan. We verlaten de trading post en gaan er op uit. Aurelia vraagt nog aan Oleg of hij weet waar de bandieten vandaan kwamen. “Ze komen vanuit het zuiden, zuidwesten, ze wilden ’s ochtendvroeg aankomen dus ze zullen een dag reizen hier vanaf zitten, aan de rand van het bos.” We gaan op pad, we gaan naar het zuiden op zoek naar sporen van de bandieten, maar die sporen zijn al snel onvindbaar. We gaan steeds zuidelijker, nadat we  zo’n acht uur onderweg zijn begint het te schemeren. We besluiten om de tent op te bouwen. Aurelia weet een leuk plekje te vinden, tussen de bomen aan de rand van het bos. Ze maakt een kampvuur verscholen in een kuil, dat weet ze heel vakkundig te doen. We besluiten te gaan slapen.

Het begint weer licht te worden en we staan op. We doorzoeken het bos. We zijn hier een paar dagen mee bezig, en halverwege de tweede dag hoort Aurelia iets. Ze hoort duidelijk wat stemmen, niet menselijk, het zijn Kobolds. Rincewind vertelt wat hij weet over Kobolds: “Normaal zitten ze onder de grond en zijn vaak op zoek naar voedsel. Als ze hier in het bos zitten moeten ze wel op zoek zijn naar voedsel.” We sluipen wat dichterbij. Aurelia probeert dichterbij te komen. Ze ziet drie Kobold die voor een struik liggen. Er liggen drie grote zakken die uitpuilen. De Kobolds brabbelen wat tegen elkaar. Aurelia brengt verslag uit. Ze hoorde dat ze het over veel eten hadden. We besluiten om ze te besluipen om er achter te komen wat er in de zakken zit. Aurelia en Rincewind sluipen dichterbij. Aurelia hoort dat ze het over radijsjes hebben. En dan hoort een vierde kobold, die achter de struik lag wat. Rincewind laat het geluid van een dier horen waar ze bang voor zijn. Ze kijken wat verschrikt en worden stil. Dan rent er een weg. Rincewind laat nog eens het geluid horen en weer vlucht er een weg, gevolgd door de anderen. We zien nu dat ze bij radijs plantjes lagen. We gaan achter de vluchtende Kobolds aan en na een kort gevecht schiet Aurelia de laatste Kobold naar de eeuwige radijsvelden. Oreon kijkt eens wat de Kobolds bij zich hebben, leren harnasjes, speren en dolkjes en 20 gp. Het struikje is een vreemd stukje fauna, dit is een struik met maan radijsjes. De zakken van de Kobolds zitten hier vol mee, dus die nemen we mee.

We gaan weer verder, we gaan oostelijk en komen op wat grasvlaktes. We trekken twee dagen door deze vlaktes en dan zien we wat botten liggen. Er liggen hier veel botten. Botten van varkens, herten, zelfs van een beer en van Humans. We kijken nog een in de rondte. Dan ziet Aurelia wat in het struikgewas bewegen waar Rincewind net langs loopt, er zit een dier in. Rincewind rent weg. Dan komt er een grote Trapdoor Spider uit die Deyaneira aanvalt. Maar Aurelia schiet deze Spider snel neer. Aurelia kijkt eens in de struiken en ze ziet een schacht die omlaag gaat. We laten een touw omlaag zakken en Aurelia gaat naar beneden. Ze komt in het hol van de Spider en ziet daar nog meer botten, maar ze vindt daar ook een lijk, dat er nog niet zo lang ligt. Ze onderzoekt het lijk en ze vind een short sword en 10 gp en nog een ketting met een hert symbool. En na goed zoeken vindt ze nog een stukje papier in de schoen van de persoon. Het is een schetsje van een heuvel met een boom er op. De boom is gespleten en onder de boom staat een kruisje. We besluiten om weer terug te gaan naar de trading post en na twee dagen komen we terug bij de post.

Tegen het avondeten komen we aan. Aurelia roept Svetlana en zegt dat we de maan radijsjes hebben gevonden. Svetlana is heel blij en geeft ons juwelen ter waarde van 250 gp. We zien dat er inmiddels bewaking is gearriveerd. Oleg onthaalt ons als zijn beste vrienden. Hij stelt ons voor aan Kesten: “Dit is de bewaking die ik gekregen uit de stad.” Kesten zegt: “Ik heb over jullie gehoord. Jullie hebben de eerste bandieten gedood.” Oleg wijst naar de wachtlopers. Kesten zegt: “We hebben nog geen bandieten meer gezien. Oleg is blij en wij hebben niet veel te doen maar we worden toch betaald door Restov.”

Tijdens het avond eten ontmoeten we een priester. Svetlana stelt ons voor. Hij heet Jhod. We raken aan de praat. Hij is een priester van Erastil. Hij vertelt: “Uit een droom weet ik dat er hier in het wildernis een tempel moet zijn. Hij moet in het zuiden zitten. De tempel is gewijd aan Erastil. Het is heel vreemd, beesten en Erastil gaan samen, maar er zou een Bear bij de tempel zitten en er klopt iets niet. Dit past niet bij Erastil, die Bear is anders. De tempel moet ergens in het bos zitten. De tempel is van steen, maar hij is half weggewerkt in een heuvel. Het lijkt wel alsof de Bear doorgedraaid is.” Rincewind vraagt of hij ook mensen kan genezen of tot leven wekken. Hij zegt: “Genezen wel maar tot leven wekken, die krachten heeft heb ik niet. Ik ben onderdeel van een priesterorde, door een ongeluk ben ik er uit geknikkerd. Dus ik kan er niet meer trainen. Ik ben gaan zwerven, ik kom oorspronkelijk het westen. Ik overnachtte ergens onderweg en kreeg een droom, die werd sterker des te meer ik hier in de buurt kwam. Misschien is dit de manier om de band met Erastil te verbeteren.” Rincewind vraagt dan wat er gebeurd is waardoor hij uit de orde is gegooid.  Hij vertelt: “De commune waar ik in zat was een rustige. Maar toen kwam er een vreemdeling. In het dorp werden mensen verminkt. We dachten dat die vreemdeling het gedaan had. In een vlaag van geweld is die man toen gedood, door mij. Twee dagen later kwam een jager terug die een Worg gedood had. Die Worg was de schuldige. Een paar dagen later kwam er een hoge priester, die wist te vertellen dat de vreemdeling ook niet helemaal zuiver was, een bandiet. De band met Erastil is door die droom nog aanwezig.”

De volgende dag gaan we weer vroeg op pad, met verse rantsoenen. We doorkruizen de vlaktes ten westen van de weg. En op een gegeven moment horen we Wolves janken. Ze komen aanrennen vanachter een heuvel. Het gevecht is kort en Oreon beëindigd het. Aurelia weet twee huiden van de wolven af te halen. We brengen ze nog even naar de post en krijgen er 50 gp per stuk voor.

Na een goede nachtrust trekken we er weer opuit. We trekken door het ons inmiddels bekende bos en gaan dan in westelijke richting. Het valt ons op dat het bos nogal dicht is. De laatste uren dat we er lopen vallen er wel veel takken omlaag. Aurelia klimt eens een boom in. Maar ze glijdt uit en valt naar beneden. Dan hoort Aurelia heel vaag gegrinnik. Maar ze weet niet waar het vandaan komt. Ze vertelt het maar we kunnen niets ontdekken. En nog geen tien minuten later valt er een kastanje op Oreon zijn helm. Rincewind denkt dat er Fey wezens hier bezig zijn. We proberen in contact te komen met de Fey. Oreon krijgt weer een kastanje op zijn helm en Rincewind gooit er dan ook een naar Oreon. We halen alles uit de kast om ze te lokken, er wordt vuur gemaakt we gooien vijf goudstukken de bomen in. En dan zien we twee Fey wezens zitten, een vrouwtje en een mannetje. Ze zijn blij dat we met ze willen spelen. Ze hadden lol. Ze stellen zich voor het vrouwtje is een Grig en ze heet Tyg Titter Tut en haar vriendje, een Dragon, Perlivash. We raken met ze aan de praat. Ze vraagt: “Zijn jullie hier om de biggesis weg te trappen. Jullie zijn groot.” We vragen waar de biggesis zitten en ze maakt een tekening en zegt: “Daar zitten de biggesis.” Dan vraagt Oreon of ze ook weet of er hier ergens een tempel is met een Bear. En ook die wijst ze aan. Aurelia laat de tekening met de boom zien maar die kent ze niet. Aurelia vraagt of ze altijd hier zitten. Ze zegt: “We zitten overal in het bos.” We zeggen dat we naar de biggesis gaan. Dan zegt ze: “Er is een plek waar een heleboel snapsnap is in het bos. Metalen tanden. Waar konijntjes in vast zitten.” We vermoeden dat dit vallen zijn. Ze zegt nog: “We zullen jullie niet meer plagen, of soms want jullie doen leuk mee.”